60 miljard euro aan investeringen moet Stellantis weer gezond maken

zaterdag, 23 mei 2026 (12:39) - Auto Internationaal

In dit artikel:

Antonio Filosa, de nieuwe CEO van Stellantis, presenteerde donderdag een ingrijpend investeringsplan van 60 miljard euro over vijf jaar met als doel de koers van het autobedrijf te herstellen en weer winstgevende, duurzame groei te realiseren. Stellantis — ontstaan uit de fusie van Peugeot SA en Fiat Chrysler in 2021 — wil met dit plan vanaf 2028 jaarlijks circa 6 miljard euro aan kosten besparen en tegen 2030 een groepswinstmarge van ongeveer 7 procent bereiken. Specifieke targets omvatten een omzetstijging van 25 procent in Noord‑Amerika en daar een marge van 8–10 procent, terwijl Europa moet zorgen voor een winststijging van circa 15 procent en een marge van 3–5 procent.

Kernpunten van het plan
- Nieuwe partnerschappen: Stellantis zoekt samenwerking met Chinese spelers (Leapmotor, Dongfeng) om sneller modellen te ontwikkelen (doel: twee jaar in plaats van vier) en stelt ook samenwerkingen op met Qualcomm, CATL, Wayve, Uber, Applied Intuition en JLR voor technologische ontwikkeling (software, AI, batterijen, autonoom rijden). Het eerste proefproject is een Opel met Leapmotor B10-techniek, productierijp in 2028.
- Contractproductie en capaciteit: In plaats van grootschalige fabrieksluitingen wil Stellantis overtollige Europese capaciteit omzetten in inkomsten door contractproductie voor derden aan te bieden. Dat moet arbeidsconflicten en politieke gevoeligheden beperken en kan volgens Filosa tot 800.000 auto's aan capaciteit reduceren.
- Merkenhiërarchie: Ongeveer 70 procent van de investeringen gaat naar vier kernmerken — Jeep, Ram, Peugeot en Fiat — plus de Pro One divisie voor bedrijfsvoertuigen. De overige tien merken krijgen een regionaal of nicheprofiel; onder meer Alfa Romeo, Citroën en Opel zakken naar een beperkte rol, DS en Lancia worden nog verder teruggesnoeid. Maserati blijft bestaan maar is gemarginaliseerd.
- Platform- en productstrategie: 24 miljard euro is gereserveerd voor platforms, aandrijflijnen en technologieën. Een nieuw modulair STLA One-platform vervangt STLA Small/Medium en richt zich op schaalbare, goedkope elektrische auto’s (LFP‑accu’s geïntegreerd in carrosserie) met een kostendoel rond €15.000. Twee A‑segmentmodellen staan gepland, waaronder een moderne interpretatie van de Citroën 2CV en een nieuwe Fiat Panda, geproduceerd in Pomigliano d’Arco. In totaal komen er 60 nieuwe modellen en 50 facelifts: 29 BEV’s, 15 plug‑in hybrides/range extenders en 39 conventionele of hybride varianten. Het eerste STLA One‑model verwacht men volgend jaar, vermoedelijk de nieuwe Peugeot 208.
- Technologie en software: Het platform ondersteunt 800V‑architectuur, Steer‑by‑Wire en STLA Brain voor Software Defined Vehicles met over‑the‑air updates.

Kritische kanttekeningen en risico’s
Beleggers zijn terughoudend over de haalbaarheid van de ambitieuze tijdslijnen en twijfelen of Stellantis voldoende snel transformeert. De afhankelijkheid van Chinese partners roept zorgen op over concurrentie tussen merken (bijvoorbeeld Opel versus Citroën/Peugeot/Fiat) en het risico dat expertise en merk‑DNA verzwakken. Ook is er teleurstelling dat er geen rigoureuze sanering van merken komt; vorig jaar schreef Stellantis meer dan €22 miljard af op EV‑projecten die geen markt vonden. Binnen Stellantis speelt volgens de analyse geopolitieke en familie‑invloed (Peugeot, Elkann) mee in besluitvorming, wat de standplaats van merken als Opel benadeelt. Als Noord‑Amerikaanse successen Europa niet compenseren, groeit de kans op aandeelhoudersdruk of opsplitsing.

Kortom: Filosa zet zwaar in op partnerschappen, kostenbesparing, goedkope EV‑modellen en een duidelijke merkhiërarchie om Stellantis financieel te stabiliseren. De uitvoering en de balans tussen internationale ambities, merkidentiteit en afhankelijkheid van externe partners bepalen of het plan slaagt.