Aan deze Opel hangt een Ferrari-prijskaartje (en dat heeft een goede reden)

zaterdag, 13 juni 2026 (16:22) - Autovisie.nl

In dit artikel:

Begin jaren 2000 besloot Opel—ondanks dat DTM-homologatie daarvoor niet verplicht was—toch een straatversie te laten bouwen van zijn DTM-racer. Onder leiding van de baas van de motorsportafdeling ontstond een extreem, kostbaar project: de Astra OPC X-Treme. De DTM-weekregels vroegen een tweezits/tweedeursontwerp, dus als uitgangspunt diende de Astra Coupé (generatie G), maar zowel race- als straatversie werden grotendeels vanaf nul ontwikkeld; uiterlijk vertoonde overeenkomsten, maar er waren nauwelijks uitwisselbare onderdelen.

De OPC X-Treme debuteerde op de Autosalon van Genève 2001 en later dat jaar op de IAA. Opel positioneerde het model als een prestigeobject voor gefortuneerde liefhebbers en hanteerde een prijs van één miljoen Duitse Marken. Hoewel de civiele auto zeer dicht bij de racewagen lag qua techniek en uiterlijk, was het geen geregistreerde DTM-racer voor de openbare weg. Het artikel en bijbehorende video behandelen ook waarom de sportcoupé uiteindelijk niet in serie kwam en hoeveel exemplaren er daadwerkelijk bestaan.

De Astra OPC X-Treme past in een bredere trend waarin merken racetechniek naar straatauto’s vertalen; Mercedes bracht later bijvoorbeeld de CLK DTM AMG uit. In die periode experimenteerde Opel met imagoversterkers zoals de Speedster, Omega V8 en het OPC-label. Voor liefhebbers van homologatiespecials wijst de aflevering verder op vergelijkbare projecten (Nissan R390 GT1, Omega EVO500, Mercedes 190 EVO’s, Toyota GT-One street, Lancia Delta S4 Stradale).