Absurde trend: waarom miljardairs hun Ferrari-collectie nu indelen als 'ketchup en mosterd'
In dit artikel:
De jacht op status en zeldzaamheid in de supercarwereld heeft een nieuwe, opvallende vorm aangenomen: rijke verzamelaars rangschikken iconische modellen thematisch op kleur. Waar decennialang het bezit van de klassieke "Big Five" (288 GTO, F40, F50, Enzo, LaFerrari) het hoogst haalbare was, schuift de canon door nieuwe hypercars op naar een 'Big Six'. Verzamelaars kopen meerdere exemplaren van dezelfde modellen in bijpassende kleuren — rode sets worden de 'Ketchup'-collectie, geel levert 'Mosterd' op, en er bestaan zelfs groene 'relish'-series — om zo twee soorten zeldzaamheid te combineren: model- en kleurenuniqueness plus een sterk visueel verhaal.
Deze trend is geen hobby maar een belegging: thematische sets trekken online aandacht en kunnen de marktwaarde flink opdrijven. Ferrari's technische en afwerkingssprongen hebben de instapprijzen van moderne modellen verder omhoog geduwd, en gelimiteerde 'Icona'-modellen zoals de Daytona SP3 bevinden zich ver boven de miljoeneneurogrens — recente prijsindicaties noemen ruim boven twee miljoen euro voor zulke wagens. Sportieve successen versterken dat effect; Ferrari's herhaalde overwinningen op Le Mans dit jaar versterken merkwaarde en daarmee ook de investeringslogica achter deze sets.
Voor minder gefortuneerde liefhebbers is er een praktische les: verzamel slim. Marktkennis en samenhang in een collectie tellen zwaarder dan impulsief kopen. Bronnen zoals 12Cilindri bieden tests en prijsoverzichten, terwijl databanken als Carbase helpen specificaties en bereikbare bouwjaren te vergelijken voordat je besluit of je voor rood, geel of toch gewoon zilver gaat.