Alpine A390 daagt de Porsche Macan uit
In dit artikel:
Alpine betreedt met de A390 het segment van elektrische cross-overs en zet expliciet de aanval in op de Porsche Macan. De A390 bouwt voort op Alpine’s recente elektrische stappen (na de A290) en probeert sportiviteit en rijplezier te combineren met een praktischere carrosserie — een hoge hatchback met coupé-lijnen — terwijl Porsche zijn klassieke compacte SUV-proporties behoudt.
Belangrijkste cijfers en technische keuzes
- Vermogen en accu’s zijn vergelijkbaar: de geteste A390 GT levert circa 400 pk met een netto accucapaciteit van 89 kWh; de Macan 4 heeft ongeveer 408 pk en 95 kWh. Toch wijken de architecturen sterk af: Alpine gebruikt een 400V-platform met drie elektromotoren (twee achter, één voor), Porsche een geavanceerd 800V-platform met twee motoren.
- Afmetingen: de Alpine is compacter en gestroomlijnder (4,62 m lang, 1,53 m hoog) tegenover de noordelijke Macan (4,78 m en 1,61 m). De Alpine is lichter, maar door de driemotoropzet juist zwaarder dan sommige verwacht hadden (2.124 kg).
- Prijs: de A390 zit ruim onder de Macan; in de vergelijkende uitvoeringen scheelt het ongeveer €20.000 — een cruciale factor in de afweging.
Rijgedrag en prestaties
- A390: verrassend scherp voor zijn formaat. Dankzij een specifiek afgesteld onderstel met hydraulische aanslagen en directe besturing voelt de Alpine atletisch en communicatief aan; bochtenwerk is plezierig en het chassis maskeert het gewicht goed. De drie motoren zorgen voor precieze koppelverdeling en een gecontroleerde, niet overdreven explosieve acceleratie: 0–100 km/u in ongeveer 4,8 s. Kritiekpunten zijn relatief lichte besturing en soms onregelmatige remdosering bij sterke regeneratie.
- Macan 4: comfortabeler en technologisch verfijnder. Porsche compenseert het hogere gewicht met achterwielsturing en (optionele) adaptieve ophanging, wat leidt tot een zeer gecontroleerde, maar minder rauwe sportbeleving. De Macan accelereert rond de 5,2 s naar 100 km/u; hij voelt klinischer, stiller en consistenter aan wat stuur- en remfeedback betreft.
Interieur, ruimte en gebruiksgemak
- Alpine: interieur ademt sportiviteit (leder, suède, carbonaccenten) en biedt uitstekende semi-kuipstoelen en moderne multimedia (Renault/Google). Toch valt op dat sommige onderdelen van standaard-Renault afkomst zijn (bijv. stoelen) en dat er bezuinigingen zichtbaar zijn (onafgewerkte kofferbak, geen vlakke bodem bij neerklappen). Geen frunk: de laadruimte onder de motorkap is gevuld door de on-board lader.
- Porsche: klassiek, hoogwaardig afgewerkt en ergonomisch sterk met extra scherm voor de passagier en een 84 liter frunk. Bagageruimte is met circa 540 liter iets groter dan de Alpine (ongeveer 532 liter), en achterin biedt de Macan iets meer hoofd- en beenruimte dankzij een langere wielbasis.
Opladen, verbruik en actieradius
- Laadsnelheid: groot verschil door 400V vs 800V. Macan piekt rond 270 kW DC, Alpine tot ongeveer 150 kW. In praktijk laadt de Macan sneller (gemeten 20–80% rond 22 min), Alpine deed daar circa 26 min over.
- Verbruik en bereik: Alpine verbruikt merkbaar meer energie (gemeten ~24,8 kWh/100 km) versus ~21,2 kWh/100 km voor de Macan. Dat vertaalt zich naar een officieel grotere actieradius voor de Porsche (circa 613 km vs 557 km voor de A390).
Eindoordeel en positionering
Porsche biedt technisch en kwalitatief de meercomplete ervaring: betere efficiëntie, snellere laadtijden, consistenter weggedrag en luxere afwerking — reden voor het hogere prijskaartje. Alpine levert echter een verrassend dynamische en betrokken rijervaring voor aanzienlijk minder geld, met een duidelijk sportief karakter dat veel kopers zal aanspreken. Objectief gezien wint de Macan op meerdere fronten; subjectief blijft de A390 een aantrekkelijke, enthousiasmerende keuze voor wie rijplezier en prijs belangrijker vindt dan ultieme verfijning en laadsnelheid.