Alternatieve brandstoffen als E-Fuels en HVO100 zijn te inefficiënt om verbrandingsmotor te redden
In dit artikel:
Het Duitse Handelsblatt zet synthetische brandstoffen onder kritiek: HVO100, e‑fuels en directe waterstof zijn volgens de analyse geen realistische redding voor het massale personenautoverkeer, maar vooral dure niches met grote nadelen.
HVO100 (geproduceerd uit plantaardige oliën en restvetten) werkt technisch in moderne dieselauto’s en belooft een flinke CO2‑reductie, maar ontbreekt het aan grondstoffen. Er is te weinig gebruikt frituurvet om grootschalig te leveren; opschaling zou leiden tot meer landbouwgrondgebruik en mogelijk ontbossing voor palmolie. Bovendien is HVO100 aan de pomp aanzienlijk duurder dan gewone diesel, waardoor het vooral nuttig is voor het schoner maken van specifieke wagenparken, niet voor massa‑mobiliteit.
E‑fuels—synthetische vloeistoffen uit waterstof en gevangen CO2—lijden aan een forse energieverliesketen. Een groot deel van de ingevoerde stroom gaat verloren bij de omzetting en verbranding (rond de 70% verlies), waardoor veel meer hernieuwbare elektriciteit nodig is dan voor elektrische voertuigen. Een studie van Klima‑Allianz Deutschland illustreert dit scherp: dezelfde stroom van 150 windturbines kan veel meer elektrische auto’s laten rijden dan dat er verbrandingsmotoren op e‑fuels van gevoed worden, waardoor e‑fuels een luxeoptie blijven voor weinig rijken.
Directe verbranding van waterstof is technisch mogelijk maar eveneens inefficiënt en duur, terwijl groene waterstof schaars is. Conclusie: voor forenzen in compacte auto's zijn batterijen op dit moment de meest logische en betaalbare keuze; alternatieve brandstoffen hebben vooral toekomst in de luchtvaart, scheepvaart of autosport.