Amerikanen hebben pas echt last van brandstofprijzen
In dit artikel:
Brandstofprijzen schieten omhoog, met name in Californië. Door onrust in het Midden-Oosten en een terugval in Iraanse olie-export stijgt de olieprijs wereldwijd, wat benzineprijzen doet oplopen. In de Amerikaanse deelstaat liggen de gemiddelde pompprijzen inmiddels rond de vijf dollar per gallon (ongeveer één euro per liter). In Los Angeles werd zelfs een piek gezien van ongeveer 8,21 dollar per gallon — circa 1,85 euro per liter — bij een lokale Chevron.
De prijstoename kwam scherp naar voren dit weekend: gemiddeld stegen de tarieven in de nacht van zondag op maandag met zo’n 17 cent per gallon. Californië voelt de klap sterker dan veel andere staten, omdat daar hogere accijnzen op brandstof gelden. Daardoor liggen de lokale tarieven structureel hoger; het landelijke gemiddelde in de VS blijft nog onder de drie dollar per gallon (ruwweg 70 cent per liter).
Voor consumenten betekent dit pijn aan de pomp: Amerikanen hebben minder mogelijkheid om naar goedkoper buurland te rijden, terwijl Europeanen soms nog naar België of Duitsland uitwijken. Verwacht wordt dat de stijging aanhoudt zolang de geopolitieke onzekerheid en ontwrichting van olieaanvoer voortduren, wat verdere prijsdruk kan creëren.