Amerikanen klagen over 'recordprijzen' voor benzine, maar dit betalen ze per liter
In dit artikel:
Amerikaanse automobilisten en media luiden alarm nu de benzineprijzen recent flink zijn opgelopen, met landelijke gemiddelden die volgens GasBuddy en de American Automobile Association (AAA) zijn gestegen tot 4,54 dollar per gallon — het hoogste niveau in bijna vier jaar. Vooral Californië springt eruit: daar ligt de gemiddelde prijs rond 6,16 dollar per gallon. Analisten waarschuwen dat de stijging huishoudportemonnees raakt en een politiek risico vormt voor president Trump richting de tussentijdse verkiezingen in november.
De prijsstijgingen zijn grotendeels te verklaren door geopolitieke onrust; aanhoudende conflicten in het Midden-Oosten en spanningen rond Iran verhogen de wereldwijde olieprijs, mede omdat veel olie via de kwetsbare Straat van Hormuz vervoerd wordt. Lokale factoren verergeren het probleem, zoals een stroomstoring bij een grote BP-raffinaderij in Indiana.
Voor Europese lezers blijkt de Amerikaanse “crisis” echter relatief mild als je valuta en maatstaven omzet. Een Amerikaanse gallon is 3,785 liter; 4,54 dollar per gallon komt uit op ongeveer 3,83 euro per gallon, oftewel circa 1,01 euro per liter. Zelfs Californië vertaalt zich naar ongeveer 1,39 euro per liter. Dat zijn prijzen waar veel Europeanen, en met name Nederlanders, alleen maar jaloers op kunnen zijn, aangezien in Nederland meer dan de helft van de literprijs uit accijnzen en btw bestaat. Voor Amerikaanse forenzen — vaak rijdend in grote, zuiningsloze SUV’s over lange afstanden — voelt elke stijging desondanks direct in het budget.