Audi en BMW zetten groots in op AI om productie-efficiëntie te verhogen

donderdag, 29 januari 2026 (15:02) - Autobahn

In dit artikel:

In Neckarsulm experimenteert Audi met een robotarm die met AI lasspatten op bodemplaten detecteert en markeert, waarna een andere robot ze wegslijpt. Waar mensen dit werk vroeger handmatig en foutgevoelig deden, wil Audi met het systeem Weld Splatter Detection de inspectie volledig automatiseren en de kwaliteit uniform houden; de technologie wordt binnenkort in serieproductie in zes fabrieken ingezet.

Tegelijk zet Audi een stap verder met Edge Cloud 4 Production (EC4P): de besturing van productielijnen wordt vanuit één cloudplatform geregeld in plaats van duizenden losse industriële pc’s langs de band. Dat maakt real-time updates naar alle robots mogelijk, vereenvoudigt onderhoud en verhoogt flexibiliteit bij nieuwe opties — maar creëert ook een single point of failure als de cloud uitvalt. Audi rekent op partners als Cisco en Siemens voor stabiliteit.

BMW bouwt eveneens digitaal voorop. In München wordt de ‘Virtual Factory’ opgeschaald: complete auto’s worden eerst digitaal door de fabriek ‘gereden’ om te testen of onderdelen passen, robots elkaar niet hinderen en de logistiek klopt. In Regensburg gebruikt BMW generatieve AI voor kwaliteitscontroles die per individuele auto bepalen welke punten gecontroleerd moeten worden — een antwoord op de duizenden opties die moderne modellen kennen.

De drijfveer achter deze investeringen is urgent: Chinese fabrikanten ontwikkelen voertuigen veel sneller, met wat in de branche ‘China Speed’ wordt genoemd. AI en digitale tweelingen verkorten de cyclus van idee naar productie van maanden naar dagen, en zijn volgens Duitse autofabrikanten cruciaal om concurrerend te blijven zonder alleen op loonkosten te teren.

Er zitten echter risico’s aan: AI is afhankelijk van betrouwbare sensordata; fouten daarin leiden tot verkeerde conclusies. Daarom hanteren Duitse producenten een hybride aanpak: AI doet het voorbereidende werk en simulaties, maar de mens of fysieke testen blijven de uiteindelijk controleur. Voor consumenten betekent dit doorgaans snellere marktintroducties, minder kinderziektes en uiteindelijk ook de verwachting dat de investeringen in AI terugverdiend moeten worden via schaalvoordelen en hogere efficiëntie.