Auto-industrie verlegt na EV-transitie strategische focus naar humanoïde robots
In dit artikel:
Autofabrikanten verschuiven hun blik van elektrische voertuigen naar mensachtige robots, omdat veel kerntechnologieën elkaar overlappen en autofabrieken de schaal en ervaring hebben om zulke systemen betaalbaar te maken. Morgan Stanley voorspelt dat de markt voor humanoïde robots tegen 2050 tot zo’n 7.500 miljard dollar kan groeien, wat producenten aantrekt die gewend zijn aan miljoenenunits per jaar en hoge vaste kosten.
Tesla loopt voorop met zijn Optimus-project en overweegt in Fremont zelfs robotproductieruimte vrij te maken, volgens berichten mogelijk ten koste van autoproductie. Elon Musks aanpak is volledig geïntegreerd: Tesla bouwt zowel hardware als de AI die de robots moet aansturen — vergelijkbaar met hun autonome rijsystemen. Tegelijkertijd waarschuwen experts dat veel demo’s geregisseerd zijn en dat echte, autonome inzet nog jaren vergt.
Andere spelers kiezen voor partnerschappen en geleidelijke invoering. Hyundai zet Boston Dynamics-technologie in en wil vanaf 2028 in Amerikaanse fabrieken humanoïde robots gebruiken voor logistieke taken en later assemblage, expliciet ter ondersteuning van mensen. BMW en Mercedes werken samen met gespecialiseerde partijen; zij testen robots voor efficiëntieverbetering en leveren vaak via Robotics-as-a-Service (RaaS)-modellen.
China versnelt de ontwikkeling met tienduizenden operationele robots die data verzamelen of vermaken, waardoor bedrijven als XPeng en BYD hun hardware en software sneller kunnen testen. XPeng mikte op serieproductie eind 2026; BYD op 20.000 eenheden datzelfde jaar.
Kortom: autofabrikanten veranderen langzaam in makers van geïntegreerde AI- en roboticasystemen. De marktpotentie is groot, maar praktische, betrouwbare inzet van humanoïde robots op fabrieksschaal zal in de komende jaren moeten bewijzen of de hoge verwachtingen terecht zijn.