Belastingplan 2026: Bijtelling EV naar 18%, maar nieuwe 'strafheffing' voor brandstofauto's dreigt in 2027

zaterdag, 17 januari 2026 (15:02) - Autobahn

In dit artikel:

Het Belastingplan 2026 bevat ingrijpende fiscale wijzigingen voor autogebruik in Nederland die vooral werknemers met een zakelijke benzine- of dieselauto hard raken — maar ook elektrische rijders merken effecten. Cruciale data: veranderingen gaan in vanaf 2026, met aanvullende maatregelen in 2027 en 2028.

Bijtelling voor EV’s wordt niet abrupt naar 22% verhoogd in 2026: er komt een overgangsregeling van 18% over de eerste €30.000 van de cataloguswaarde; alles daarboven valt onder het reguliere tarief van 22%. In 2027 stijgt de preferentiële schijf naar 20% en in 2028 vervalt de uitzondering helemaal (22% voor iedereen). Tegelijkertijd stijgt de motorrijtuigenbelasting (wegenbelasting) voor elektrische auto’s fors: waar EV’s in 2025 nog voordeel hadden met een kwarttarief, betalen ze in 2026 weer het volle tarief. Ook wordt de eerder voorgestelde sterke gewichtscorrectie voor zware accu’s kennelijk afgezwakt of geschrapt.

Het grootste schokeffect komt in 2027: de introductie van een zogenaamde pseudo‑eindheffing of 'strafheffing' — een extra heffing van 12% over de cataloguswaarde van zakelijke auto’s die niet volledig elektrisch zijn. Deze kost werkgevers veel extra, waardoor zij waarschijnlijk minder snel brandstofauto’s als leasewagen aanbieden; de kosten kunnen dan op de medewerker worden verhaald. Privégebruik wordt breed geïnterpreteerd: woon‑werk valt onder privégebruik, tenzij de auto elke avond op de zaak blijft.

Een veelgenoemde ontsnappingsroute is het mobiliteitsbudget: werknemers ruilen de leaseauto tegen bruto geld voor eigen vervoer. Dat geeft vrijheid maar verlegt risico’s (pech, reparatie, total loss) naar de werknemer en kan bij private lease een BKR‑registratie en hypotheeknadeel opleveren. Ook praktisch en fiscaal aantrekkelijk: de leasefiets (7% bijtelling) gecombineerd met een poolauto voor klantbezoek; voor korte afstanden kan dat de slimste oplossing zijn. Conclusie: wie nu nog liever benzine of diesel wil blijft rijden, moet rekening houden met flinke kostenstijgingen en employer‑beleid dat snel kan omslaan.