Benzinerijders betaalden recordprijzen, deze automobilisten kregen juist geld toe

zondag, 3 mei 2026 (10:02) - Autobahn

In dit artikel:

Op 1 mei ontstond een zeldzaam scherp verschil tussen rijden op benzine en elektrisch: terwijl Euro95 aan de pomp records bereikte, daalden de groothandelsprijzen voor stroom tijdelijk zelfs onder nul. Vergelijkingssite Overstappen.nl noteerde rond 13.30 uur een dynamische marktprijs van -€0,4996 per kWh (excl. btw); gemiddeld tussen 11.30 en 15.00 uur was de prijs -€0,3886 per kWh. Na verrekening van inkoopvergoeding, btw en energiebelasting bleef er volgens de site een netto opbrengst van ongeveer €0,25364 per geladen kWh over voor wie thuis slim laadde met een dynamisch contract.

Tegelijk meldde UnitedConsumers begin mei een landelijke adviesprijs voor Euro95 rond €2,62 per liter. Met de gebruikelijke verbruikscijfers — 17 kWh per 100 km voor een EV en 7 liter per 100 km voor een benzineauto — leverde dat laadmoment de elektrische bestuurder circa €4,30 op per 100 km, terwijl tanken ongeveer €18,20 kostte. Het theoretische verschil kwam daarmee uit op ongeveer €22,50 per 100 km in het voordeel van de slimme thuislader.

Deze situatie was geen fout in het systeem maar resultaat van marktwerking: veel zon en wind zorgden voor een hoog aanbod van duurzame stroom, tegelijkertijd was de vraag laag doordat 1 mei in veel buurlanden een vrije dag was. Dat zorgde tijdelijk voor negatieve prijzen op de beurs.

Belangrijk is dat niet iedere EV-rijder hier iets van merkte. Alleen wie een vaste laadpaal thuis, een slimme meter en een dynamisch energiecontract heeft, kon daadwerkelijk geld overhouden. Traditionele vaste tarieven, openbare laadpalen en snelladers zijn meestal niet rechtstreeks gekoppeld aan uurprijzen. De episode benadrukt dat de economische vergelijking tussen fossiel en elektrisch rijden steeds meer afhangt van timing, contractvorm en laadlocatie, en dat zulke extreme prijsverschillen gelegitimeerd kunnen ontstaan bij bijzondere weer- en marktomstandigheden.