BMW i3 vs. Mazda MX-30: elektrische afschrijfkanonnen koop je nu voor 10.000 euro
In dit artikel:
Als we een autoprogramma als Paradijsvogels nieuw leven inbliezen, zouden de eerste afleveringen gaan over de elektrische BMW i3 en de Mazda MX-30. Beide zijn eigenzinnig — “raar maar leuk” — en komen vooral goed uit de verf op de tweedehandsmarkt. Waar de i3 charme en innovatie bewaart, heeft Mazda volgens de auteur zijn eerste serieuze EV-debuut flink verprutst; de MX-30 wordt in het stuk hard afgeserveerd als een commerciële misser.
De i3, inmiddels bijna dertien jaar oud, oogt nog steeds futuristisch: opvallende raamlijn, geïntegreerde achterlichtunits en extreem smalle banden gericht op minimale rolweerstand. BMW leverde de i3 in relatief sobere basiskleuren, waardoor contrasterende lakkleuren (wit, blauw, oranje, rood) veel sterker tot hun recht komen tegen het zwarte dak en de vijfde deur. Binnenin blinkt de i3 uit in originaliteit en materiaalgebruik: luchtige indeling, veel glas, creatieve toepassing van bekende BMW-knoppen en interieurs gemaakt met natuurlijke en gerecyclede materialen — van wol en leer tot eucalyptushout — in thema’s zoals Lodge, Loft en Suite. Door de plaatsing van de batterij onder de zitplaatsen zit je hoog, maar comfortabel.
Kort: de i3 profileert zich als een potentiële toekomstklassieker dankzij design, materiaalkeuze en karakter; de MX-30 daarentegen wordt neergezet als een gedurfde maar mislukte koers van Mazda, waardoor het merk volgens de auteur kansen in de EV-markt heeft verprutst. Voor liefhebbers van eigenaardige elektrische auto’s zijn beide modellen desondanks aantrekkelijk op de gebruikte markt.