Botsend EV-beleid: Eurocommissarissen klagen over laadstress (behalve Von der Leyen)
In dit artikel:
In 2022 besloot de Europese Commissie haar wagenpark te vergroenen en tegen 2027 vaste brandstofauto’s grotendeels te vervangen door elektrische dienstauto’s. Een reconstructie van Politico laat nu zien dat die beleidskeuze in de praktijk tot ongemak leidt, vooral tijdens de periodieke verplaatsingen van Brussel naar het Europees Parlement in Straatsburg — een rit van ruim 440 kilometer.
Eurocommissarissen en hun staf merken dat de actieradius van elektrische bolides de tocht niet zonder laadstop mogelijk maakt. In de praktijk betekent dat een voorspelbare tussenstop bij een snellader in Luxemburg, waarbij laden vaak twintig tot dertig minuten kost. Die pauzes verlengen al lange werkdagen en leiden tot frustratie, temeer omdat veel laadstations ’s avonds of ’s nachts verlaten en oncomfortabel zijn. Volgens bronnen hebben sommige commissarissen hun klachten al geuit tijdens officiële overleggen.
Probeermethoden om laden te vermijden blijken weinig aantrekkelijk: chauffeurs verlagen soms drastisch de snelheid om energie te sparen, waardoor reistijden tot zeven uur kunnen oplopen. Anderen kiezen voor ouderwetse oplossingen; de Hongaarse commissaris Olivér Várhelyi laat zijn nieuwe stekkerauto geregeld staan en reist met een brandstofbusje.
De politici stappen niet massaal over op de hogesnelheidstrein, deels uit vrees dat vertrouwelijke telefoongesprekken niet veilig zouden zijn in het openbaar vervoer. Dat verklaart hun voorkeur voor afgesloten wagens, maar juist die keuze botst met de huidige technische en infrastructuurbeperkingen van EV’s voor lange zakelijke trajecten.
Een opvallende uitzondering is Commissievoorzitter Ursula von der Leyen: zij is vrijgesteld van de elektrische vloot omdat haar dienstwagen om veiligheidsredenen zwaar bepantserd moet zijn — iets wat nog slecht combineert met moderne accupakketten. Zij rijdt daardoor met een conventioneel, zwaarbepantserd voertuig zonder laadzorgen voorbij collega’s die minutenlang bij laadpalen moeten wachten.
De casus illustreert een bredere spanning: de politieke wil om elektrisch te gaan is aanwezig, maar de laadinfrastructuur, rijbereik en speciale vereisten (zoals bepantsering) vormen concrete obstakels voor lange, veilige en efficiënte dienstreizen. Automakers en consumenten waarschuwden al dat die elementen niet overal op elkaar aansluiten — iets wat de Brusselse praktijk nu pijnlijk duidelijk maakt.