Brandstoftekort door oorlog in Iran: Azië op rantsoen en recordprijs aan de pomp
In dit artikel:
De oorlog tussen de VS, Israël en Iran heeft na achttien dagen de wereldwijde energiestromen flink verstoord, met name door problemen bij de Straat van Hormuz — een vitale doorgang die voorheen ongeveer 20% van de oliehandel afhandelde, grotendeels bestemd voor Azië. Door de blokkade zijn veel Aziatische landen gedwongen zwaar te bezuinigen en brandstofvooraden te rantsoeneren.
In India is de horeca al gevraagd te stoppen met frituren en lang sudderen, terwijl de prijs van LPG meer dan verdubbelde. Openbare diensten zoals crematoria in steden als Pune schakelen over op elektrische ovens of steenkool; in Mumbai hebben circa 20% van de hotels de deuren gesloten. Pakistan en de Filipijnen introduceerden een vierdaagse werkweek voor ambtenaren; Bangladesh sloot universiteiten en stelde examens uit. Op de informele markt stijgen de prijzen van gasflessen snel.
Sri Lanka kent politie gecontroleerde rijen bij tankstations: motorrijders mogen maximaal vijf liter per week tanken, automobilisten vijftien liter. Landen als Vietnam, Thailand en de Filipijnen kijken naar potentiële Russische olie-inkopen, terwijl Japan 80 miljoen vaten uit zijn strategische reserve vrijgaf om tekorten te dempen.
In Europa zijn nog geen rantsoenen, maar de financiële impact is zichtbaar: volgens UnitedConsumers steeg de gemiddelde landelijke adviesprijs voor Euro95 naar €2,573 per liter en diesel naar €2,679 — een nieuw record boven het niveau van 2022. Het kabinet-Jetten vindt het nu nog te vroeg voor compensatiemaatregelen voor bedrijven of consumenten.