Brussel krabbelt terug, VW drukt door: de elektrische 'Polo' van 25.000 euro komt er gewoon
In dit artikel:
Terwijl in Brussel debat woedt over het eventueel versoepelen van een verbod op verbrandingsmotoren per 2035, trekt Volkswagen in Spanje juist vol door met elektrificatie. In Martorell opende het concern een nieuwe batterijhal en kondigde het een reeks betaalbare elektrische modellen aan die vanaf maart 2026 uit Spaanse fabrieken moeten rollen. Volkswagen investeert circa 10 miljard euro in zijn Spaanse activiteiten (Martorell, Pamplona en later Valencia) om kostenefficiënte EV‑productie mogelijk te maken, gesteund door goedkope zonne-energie, lagere lonen en subsidies.
De zogenaamde “Electric Urban Family” omvat vier compacte modellen op één gedeeld platform met een richtprijs rond €25.000: eerst de Cupra Raval (maart 2026), daarna ongeveer twaalf weken later de Volkswagen ID.Polo/ID.2, gevolgd door SUV‑varianten als de VW ID.Cross en de Skoda Epiq uit Pamplona. Doel is schaalvoordeel en kostenreductie om te concurreren met Chinese aanbieders en dure batterijtechniek.
Elke 45 seconden wordt in Martorell een batterijpakket geassembleerd (circa 300.000 per jaar); accucellen komen aanvankelijk uit Salzgitter, maar vanaf juli 2027 moet een eigen gigafabriek in Valencia draaien. Cruciaal voor de lage prijs is de overstap naar LFP‑accucellen (lithium‑ijzer‑fosfaat): goedkoper en robuust, met iets lagere actieradius maar veel lagere productiekosten. De batterijdivisie PowerCo leed tot nu toe grote verliezen; de shift naar goedkopere chemie en Spaanse massaproductie moet de marges herstellen. Merkchef Thomas Schäfer vat het samen: de strategie is onomkeerbaar — “de toekomst is helder elektrisch.”