Buurman wil dat camper van het erf verdwijnt, maar de Raad van State haalt er een woordenboek bij
In dit artikel:
Een jarenlang burenconflict in Boxtel draaide om de vraag wanneer campers en andere voertuigen op eigen terrein nog geparkeerd staan en wanneer sprake is van verboden opslag. Een bewoner vroeg de gemeente om op te treden tegen voertuigen in de voortuin en op het achtererf van zijn buren, evenals tegen een carport. Een eerste carport moest wegens het ontbreken van een vergunning worden verwijderd; een later gebouwde carport voldeed wel aan de regels.
Volgens het bestemmingsplan Lennisheuvel was parkeren toegestaan op de betreffende gronden, maar opslag niet. Omdat het plan niet uitlegde waar de grens lag, moest de Raad van State daarover oordelen. In een uitspraak van 22 juli 2026 sloot de hoogste bestuursrechter aan bij het normale taalgebruik en de definitie van parkeren als het neerzetten van een voertuig na een rit.
De eigenaren gebruikten hun voertuigen daadwerkelijk voor reizen en maakten er geregeld ritten mee. Daarom waren de campers volgens de Raad van State geparkeerd en niet opgeslagen. De gemeente had dus terecht geweigerd handhavend op te treden, waardoor het beroep van de buurman ongegrond werd verklaard.
De uitspraak betekent niet dat campers onbeperkt op eigen grond mogen blijven staan. In een eerdere zaak uit 2021 werd een caravan die langdurig en semipermanent op een horecaparkeerterrein stond wél als verboden opslag aangemerkt. Ook kunnen gemeentelijke parkeerregels en de APV aanvullende beperkingen opleggen, bijvoorbeeld voor recreatievoertuigen op de openbare weg of vanwege hun zichtbaarheid. Of een voertuig mag blijven staan, hangt daarom af van het omgevingsplan én de lokale regels; daadwerkelijk gebruik voorkomt niet automatisch elke stallingsbeperking.
Vandaag Inside: Johan Derksen blikt vooruit op zaak-Jhon van Beukering: 'Dat wordt interessant!'