BYD in Brazilië op slavernij-lijst
In dit artikel:
De Braziliaanse overheid heeft autoconcern BYD officieel op een zwarte lijst gezet wegens arbeidsomstandigheden die worden vergeleken met moderne slavernij. De maatregel volgt op een 2024-schandaal rond 163 Chinese werknemers die via aannemer Jinjiang Group naar Brazilië waren gehaald onder misleidende voorwaarden: hun paspoorten werden ingenomen, een groot deel van het loon ging direct naar China en zij moesten een borg van ongeveer 900 dollar betalen die pas na zes maanden werd teruggegeven. Inspecties troffen ook ernstig onhygiënische en overbevolkte woonomstandigheden aan, met geen matrassen en gebrekkige sanitaire voorzieningen; de autoriteiten bestempelden dat als vernederend.
Financieel betekent de plaatsing dat BYD wordt uitgesloten van bepaalde kredietfaciliteiten bij Braziliaanse banken, maar de productie in Brazilië blijft doorgaan. De fabriek in Camaçari—waar inmiddels meer dan 25.000 voertuigen zijn gemaakt—blijft operationeel en werd in oktober officieel geopend in aanwezigheid van president Lula, ondanks maandenlange vertraging door het schandaal. BYD heeft eerdere berichten ontkend dat het op de hoogte was van de misstanden en probeerde verantwoordelijkheid bij tussenpersonen neer te leggen; Braziliaanse autoriteiten stellen dat de fabrikant ook bij inhuur via derden aansprakelijk is.
Bedrijven kunnen van de zwarte lijst blijven door een akkoord met de overheid te sluiten, inclusief financiële compensatie voor gedupeerde werknemers en structurele verbeteringen. BYD sloot wel een schikking met openbare aanklagers maar niet met de arbeidsinspectie, waardoor plaatsing op de lijst niet kon worden afgewend. Normaal blijven bedrijven twee jaar op de lijst staan, tenzij een rechter anders bepaalt.