Camper-eigenaren doen huilie-huilie over belastingverhoging
In dit artikel:
Camperbezitters klagen luid over een wijziging in de wegenbelasting: vanaf 1 januari betalen zij meer, wat volgens hen onrechtvaardig is — zeker omdat in Duitsland lagere tarieven gelden. De kwestie draait om een eerdere vrijstelling: de overheid ging ervan uit dat een camper gemiddeld maar drie maanden per jaar op de weg is en gaf daarom een korting, zodat eigenaren slechts een kwart van het normale tarief voor hun gewichtsklasse betaalden.
Veel eigenaren leggen hun camper in de overige maanden stil door de kentekenregistratie te schorsen; tijdens die schorsing geldt geen wegenbelasting. De Belastingdienst vond dat dit twee voordelen tegelijk opleverde (schorsen én het verlaagde tarief), en heeft daarom het tarief verhoogd van 25% naar 50% van het reguliere bedrag. Technisch is dit een verdubbeling, maar eigenaren blijven nog altijd onder het volle tarief zitten.
In mediaberichten klinken felle reacties — een woordvoerder zegt zelfs mensen te kennen die hun camper moeten verkopen — maar er is geen aanwijzing dat het om financieel kwetsbare huishoudens gaat; campers vallen doorgaans in de categorie vrij besteedbare luxe. Tegelijkertijd tonen verkoopcijfers van brancheorganisaties BOVAG en KCI dat de markt niet inzakt: in 2025 werden ruim 10.000 nieuwe campers en caravans verkocht (ongeveer 5% meer dan in 2024), en het aantal nieuwe kampeerauto’s steeg halverwege december met ruim 16% tot 2.863 stuks.
Kortom: de belastingaanpassing corrigeert volgens de overheid een eerder verkeerd gecombineerd voordeel, terwijl de campersector vooralsnog goed draait ondanks de protesten.