China grijpt in en stopt export van diesel en benzine om eigen olietekorten te voorkomen
In dit artikel:
Het militaire conflict in het Midden-Oosten zet de wereldwijde brandstofmarkt onder druk en heeft Peking doen ingrijpen: China heeft zijn grootste raffinaderijen opgedragen voorlopig te stoppen met de export van benzine en diesel. Volgens Reuters en het Duitse Handelsblatt kregen directies van staatsoliemaatschappijen zoals PetroChina en Sinopec van de Nationale Ontwikkelings- en Hervormingscommissie (NDRC) een mondeling verbod op het afsluiten van nieuwe exportcontracten. Bestaande, toekomstige leveringen moeten waar mogelijk worden geannuleerd of uitgesteld. Uitzonderingen gelden voor vliegtuigbrandstof, bunkerolie en specifieke leveringen aan Hongkong en Macau.
De maatregel komt doordat de aanvoer van ruwe olie uit het Midden-Oosten — met name uit de regio rond Iran — stokt door blokkades en veiligheidsrisico’s. Daardoor hebben minstens twee grote Chinese raffinaderijen, onder meer Sinopecs fabriek in Fujian, deze maand al hun productie sterk teruggebracht. Omdat maartzendingen grotendeels al onderweg zijn, verwachten marktkenners dat de effecten van de Chinese exportstop vooral vanaf april merkbaar worden op de internationale oliemarkt.
De binnenlandse gevolgen zijn ook zichtbaar: groothandelaren hamsteren uit vrees voor tekorten, wat de lokale groothandelsprijzen opdrijft. Tussen eind februari en begin maart steeg de groothandelsprijs voor diesel met ongeveer 13,5 procent en die voor 92‑octaan benzine met circa 11 procent. De stap illustreert hoe China, als grootste olie-importeur, zijn binnenlandse leveringszekerheid prioriteert, met duidelijke spill-overeffecten voor de wereldwijde brandstofvoorziening en prijzen.