Chinese techniek moet Stellantis gaan redden
In dit artikel:
Stellantis staat onder flinke druk: het autobedrijf verliest geen kleine sommen—onder meer door een kostbare, slecht uitpakkende EV-strategie (waarbij naar verluidt zo’n 25 miljard euro verdampte), terugroepacties en een dalende vraag naar modellen met de 1.2 PureTech-motor. Als antwoord zoekt het concern hulp uit China. Momenteel verkoopt Stellantis via zijn dealernetwerk al de Leapmotor C10 en volgens bronnen wil het de samenwerking met Chinese fabrikant Leapmotor sterk uitbreiden.
Doel is toegang krijgen tot goedkopere, geavanceerde batterij- en elektrische aandrijftechnologie uit China zodat Stellantis goedkoper elektrische auto’s kan bouwen en concurrerender wordt tegenover Europese rivaalen (zoals Volkswagen en Renault) en snel groeiende Chinese spelers (bijv. MG, BYD). Financieel zou dit ontwikkelkosten verlagen en merkbedrijven binnen het concern beter wapenen tegen prijsdruk.
Er zitten ook risico’s aan: de EU legde eerder importheffingen op Chinese auto’s en de afhankelijkheid van Chinese technologie roept strategische vragen op. Daarnaast treedt in 2027 een Amerikaanse regel in werking die het importeren van “connected vehicles” met Chinese of Russische technologie beperkt, wat toekomstige verkoop in de VS kan bemoeilijken. Op de beurs in Milaan noteert Stellantis dit jaar een koersval van meer dan 30%; het nieuws van intensievere samenwerking gaf het aandeel slechts een kleine opleving.
De keuze is duidelijk: via technologische samenwerking kosten besparen en marktaandeel herwinnen, of intern rigoureus saneren en merken schrappen — beide routes brengen voor- en nadelen met zich mee.