Covermodel Mercedes-Benz W123: oerdegelijk en gemaakt voor de eeuwigheid
In dit artikel:
Veel liefhebbers zien de Mercedes W123 inmiddels niet meer als ‘taxi-auto’, maar als een dagelijks bruikbare klassieker met bijna onsterfelijke bouwkwaliteit. De modelreeks werd in 1975 geïntroduceerd als opvolger van de W114/115 en bleef in productie ongeveer elf jaar; in die periode groeide het model uit tot sedan, coupé en stationwagon en ontstonden lange wachtlijsten en speculatiehandel bij de lancering.
Onderhuids is de W123 deels voortzetting van zijn voorganger (veel onderstelcomponenten en viercilinders), maar er kwamen ook vernieuwingen: nieuwe zescilinders, later turbodiesels, een vijfbak en veiligheidssystemen zoals ABS en airbags. Het exterieur, ontleend aan de W116 S‑klasse, is zakelijk en tijdloos; het interieur combineert degelijkheid met typische jaren‑70kleuren en praktische bedieningselementen. Opties als stuurbekrachtiging, een viertrapsautomaat en automatische airconditioning waren beschikbaar en droegen bij aan het succes bij taxichauffeurs: betrouwbare techniek, diesel‑motoren, royaal comfort en de herkenbare ster op de neus maakten de W123 ideaal voor intensief gebruik.
Die robuustheid verklaart ook de export na afschrijving: miljoenen W123’s gingen naar Afrika, waar ze de ruwe wegen en eenvoudige reparaties goed doorstaan. Met circa 2,7 miljoen gebouwde exemplaren is de W123 een van de best verkochte Mercedes‑modellen; opvolger W124 kwam daar maar moeilijk bovenuit.
Op de tweedehandsmarkt is een goede W123 nog makkelijk te vinden. Een fraai, goed onderhouden exemplaar kost tegenwoordig ruwweg €15.000; topstukken met weinig kilometers kunnen het dubbele vragen, terwijl sterk gebruikte uitvoeringen grofweg de helft kosten. Onderdelen zijn over het algemeen goed leverbaar, al kunnen model‑specifieke onderdelen voor coupés en estates schaarser zijn. Kortom: wie een betrouwbare, karaktervolle en dagelijks inzetbare klassieker zoekt, vindt in de W123 een van de meest overtuigende opties.