De bizarre reden waarom Henry Ford in 1941 per se een auto van sojabonen wilde bouwen
In dit artikel:
Henry Ford liet tachtig jaar geleden al zien dat een auto niet per se van staal hoefde te zijn: hij investeerde miljoenen in een voertuig met carrosserie van landbouwgewassen zoals soja, hennep, vlas en tarwe. Dat project had echter niets met milieubewustzijn te maken. Ford wilde vooral volledige controle over zijn productie en zo min mogelijk afhankelijk zijn van externe leveranciers, vooral voor hout, rubber en staal.
Die drang naar zelfvoorziening leidde tot bizarre ondernemingen, waaronder een poging om in Brazilië een eigen industriestad en rubbervoorziening op te bouwen, later bekend als Fordlandia. Ook in de VS liet hij enorme velden met soja aanleggen en liet hij zijn ingenieurs experimenteren met een lichte, plasticachtige carrosserie op basis van plantaardige grondstoffen en harsen. Het resultaat was een opvallend lichte auto van ongeveer 900 kilo met een V8-motor, bedoeld om sterker en efficiënter te zijn dan de zware stalen wagens uit die tijd.
De bekendste demonstratie kwam in 1941, toen Ford met een bijl op de auto sloeg om te tonen hoe taai het materiaal was. Het experiment kreeg echter geen vervolg: door de Amerikaanse oorlogsproductie lag de civiele autobouw stil en na Fords dood in 1947 werd het enige werkende prototype vernietigd. Daarmee verdween een van de meest opmerkelijke, maar ook meest eigenzinnige hoofdstukken uit de autogeschiedenis.
Het Oranje Café: Chris Woerts over Sarina Wiegman als mogelijke bondscoach: 'Rare kronkel van linkse deugneuzen!'