De EU overweegt de introductie van een nieuwe en goedkopere brandstof, maar wat doet dit met je auto?
In dit artikel:
De Europese Commissie onderzoekt op dit moment of een benzinemix met maximaal 20% bio‑ethanol (E20) burgers kan ontlasten nu de wereldwijde onrust de brandstofprijzen hoog houdt. Idee: door het aandeel plantaardige ethanol te verhogen ten opzichte van de huidige E10 (maximaal 10% ethanol) daalt het aandeel dure fossiele olie in de tank, waardoor de literprijs theoretisch lager uitvalt. Een kleinschalige vloottest met E20 loopt al in Mannheim (Duitsland).
Maar de praktische opbrengst is onzeker. Ethanol heeft per liter zo’n 30% minder energie dan pure benzine, dus bij verdubbeling van het ethanolpercentage daalt de energiedichtheid van de brandstof. Auto’s zullen daardoor doorgaans meer liters nodig hebben om dezelfde afstand af te leggen, wat het prijsvoordeel aan de pomp deels tenietdoet: goedkoper per liter betekent niet automatisch goedkoper per kilometer.
Daarnaast zijn er technische en regelgevende obstakels. De Europese brandstofnormen moeten aangepast of aangevuld worden voordat E20 breed aangeboden kan worden. Autofabrikanten moeten motoren officieel goedkeuren voor E20-gebruik; niet elke moderne auto is daar zonder risico toe in staat, en oudere voertuigen (klassiekers, youngtimers) lopen mogelijk extra schade. Tot slot is er politieke en milieucontroverse over de duurzaamheid van biobrandstoffen: grootschalige productie van ethanol uit landbouwgewassen vereist veel landoppervlak en kan concurreren met voedsel- en veevoerproductie. De EU hanteert al strenge duurzaamheidscriteria en limieten voor biobrandstoffen, en critici vragen zich af of E20 werkelijk klimaat- en samenlevingseffecten rechtvaardigt.
Kortom: E20 wordt serieus onderzocht als manier om pompprijzen te verlichten, maar door lagere energiedichtheid, voertuigcompatibiliteit, wettelijke aanpassingen en duurzaamheidsbedenkingen is een snelle, grootschalige invoering in Europa — en daarmee ook in Nederland — onwaarschijnlijk.