De Fiat Panda was de eerste EV die je kon kopen en die Elettra ontmoet de elektrische Grande Panda
In dit artikel:
Fiat experimenteerde al in 1990 met elektrische stadsauto’s: de Panda Elettra geldt als een van de allereerste commercieel aangeboden EV’s (al verscheen er een jaar eerder een Zwitsers omgebouwde Panda). Originale Elettra’s zijn zeldzaam. Een exemplaar dat lange tijd in bezit was van autorestaurateur Wijnand Zwart kreeg onlangs een opvolger in handen van de 30‑jarige geluidstechnicus en masterstudent energy science Gonard Fluit. Fluit onderhoudt de auto dagelijks en verbeterde onderdelen; hij nam ook een Panda‑erfenis over die anders gestripte donorauto’s had moeten worden.
Technisch en praktisch verschillen de twee Panda’s enorm. De oorspronkelijke Elettra was bedoeld als tweezitter en woog door de zware accu’s veel meer dan een benzine‑Panda. De ombouw door Steyr‑Daimler‑Puch plaatste een Deense DC‑motor en accu’s deels onder de motorkap en in plaats van de achterbank. Latere upgrades—door Zwart—vervingen loodaccu’s door moderne lithiumpacks, verhoogden het systeemspanning van 72 naar 96 V en verdubbelden bereik en topsnelheid onder gunstige omstandigheden (circa 120 km bereik en zo’n 100 km/h). De Elettra bewaart mechanische kenmerken zoals een handgeschakelde versnellingsbak (soms uitgebreid naar vijf versnellingen) en levert in gemodificeerde vorm rond 19 pk; het rijgedrag is door het extra gewicht lomper en minder dartel dan de benzine‑Panda, met veel bandengeluid en een onbekrachtigde besturing.
Turijn probeert het nu opnieuw met de Grande Panda: een moderne, grotere opvolger die functiematig naar het B‑segment is gegroeid. Onder leiding van François Leboine ontwierp Fiat de Grande Panda op het Smart Car Platform van Stellantis; hij deelt techniek met modellen als de Citroën ë‑C3. De Grande Panda wordt in Servië gebouwd en is leverbaar als mild‑hybrid, plug‑in hybride en volledig elektrisch; Fiat overweegt wereldwijde verkoop. Het ontwerp knipoogt naar Giugiaro’s oer‑Panda: hoekige lijnen, kubistische lampen en tal van retro‑elementen (gestanste ‘PAND A’‑letters, klassieke typografie, het grote ‘FIAT’ op de stuurclaxon). Die styling leverde een Red Dot Award op.
Interieur en gebruiksgemak zijn moderner, maar niet zonder kritiek. Door dikkere deurpanelen en een zwarte hemelbekleding voelt het binnen soms smal; het zitcomfort valt tegen en er ontbreekt een verbruiksindicator, wat vreemd is voor een EV die niet extreem zuinig presteert. Praktische details: de laadkabel is slim opgeborgen achter een klepje met Fiat‑logo, maar opladen duurt relatief lang en snelladen kan leiden tot onderbroken sessies. Rijervaringen tonen contrast: de Grande Panda voelt lichtvoetig en bekrachtigd, maar heeft dankzij hoge constructie en bandgeluid eigen nadelen.
Historische context en anekdotes versterken het verhaal: de originele Panda is een Giugiaro‑ontwerp met Aldo Mantovani als technisch verantwoordelijke; commerciële productie van de Elettra bleef beperkt tot enkele honderden exemplaren en het model was duur in aanschaf. Ook opvallend: in Noorwegen hielpen acties van popgroep A‑ha in de jaren ’90 mee om gunstige regels voor EV’s af te dwingen, wat bijdroeg aan de latere leidende positie van dat land in EV‑verkopen.
Gonard Fluit vervolgt het behoud van de Elettra‑traditie: hij restaureert en moderniseert oude elektrische Panda’s, verbetert laadsystemen en rijbereik en gebruikt de auto dagelijks voor woon‑werkverkeer. De vergelijking tussen oer‑Panda en Grande Panda illustreert hoe ver techniek en marktontwikkeling sindsdien zijn gevorderd, terwijl Fiat bewust nostalgische elementen inzet om continuïteit in merkidentiteit te behouden.