'De helft bestaat uit overheidsheffingen': Nederlandse belasting op brandstof is de allerhoogste van Europa
In dit artikel:
De recente escalatie in het Midden-Oosten drijft de wereldolieprijs omhoog en vertaalt zich direct in hogere pompprijzen in Nederland. Vergelijkingssites Independer en UnitedConsumers noteerden dat de gemiddelde adviesprijs voor een liter Euro95 recent op €2,319 lag. Energie-expert Pim Holstvoogd wijst erop dat niet alleen de ruwe olie- en gasprijs de rekening opstuwt; een groot deel van wat consumenten betalen is door overheidsheffingen bepaald.
Een diepere analyse van Eurostat-cijfers laat zien waarom Nederlandse automobilisten internationaal het meest worden getroffen: ruim €1,20 van die €2,32 gaat rechtstreeks naar belastingen en accijnzen. Daarmee is de Nederlandse belastingdruk op brandstof de hoogste in de EU — aanzienlijk meer dan in Denemarken (ongeveer tien cent per liter minder) en ruim boven het Europese gemiddelde, terwijl landen als Bulgarije met circa €0,57 per liter het goedkoopst belasten.
De prijsstijgingen veroorzaakten ook operationele problemen in de brandstofketen. Leverancier Kuster Energy zag na berichten over nieuwe aanvallen in Iran een stormloop van tankstationhouders, boeren en bedrijven die hun voorraden wilden aanleggen; lokaal moest het bedrijf tot tienmaal de normale daglevering uitbrengen, aldus commercieel directeur Jan Pieter de Wilde. UnitedConsumers waarschuwt dat, afhankelijk van de verdere escalatie in olieproducerende regio’s, de benzineprijs weer in de buurt van het oude record van €2,50 uit 2022 kan komen.
Voor bewoners van grensregio’s blijft inrijden naar Duitsland lonen. Hoewel ook daar de prijzen stijgen, is tanken in plaatsen als Kleef (ongeveer €1,83 voor E10) vaak nog tientallen centen per liter goedkoper doordat de Duitse accijnzen (circa €1,09 per liter) lager zijn. Zolang de Nederlandse politiek vasthoudt aan de huidige hoge heffingen, blijft deze prijsongelijkheid binnen Europa voortbestaan.