De Mazda 121 en Renault Twingo brengen je terug naar de vrolijkheid van de jaren 90
In dit artikel:
Begin jaren negentig lanceerden twee opvallende stadsautootjes die uiterlijke verwantschap toonden, maar compleet verschillend uitpakten in Nederland: de Mazda 121 (première Genève 1991) en de Renault Twingo (première Parijs 5 oktober 1992). Beide trokken aandacht met hun bolle, “bubble”-vormen en speelse details, maar waar Renault een massale afzet vond, bleef Mazda commercieel steken.
Wat gebeurde er en wanneer
- Mazda introduceerde in 1991 de excentrieke 121: een ultrakorte vierdeurs sedan met druppelvormig silhouet en veel hoofdruimte. De uitvoeringen liepen van een basis LX (1.3, ca. 53 pk) tot de sportievere GLX (16-kleppen, 73 pk) en de luxueuze Cabrio Top met elektrisch vouwdak. In Nederland verkocht de 121 tussen 1991–1996 slechts zo’n 9.300 exemplaren.
- Renault onthulde in 1992 de Twingo, voortgekomen uit ontwerpen uit de jaren tachtig en gestuurd door ontwerper Patrick le Quément en zijn team. De Twingo gebruikte techniek van de Clio, had een “one-box” opbouw en een slimme interieurindeling (onder meer een verschuifbare achterbank). Europa kocht massaal: wereldwijd ongeveer 2,6 miljoen exemplaren; in Nederland ongeveer 80.000 tussen 1993 en 2007.
Waarom zo verschillend?
- Prijs en praktijk: Mazda positioneerde de 121 relatief hoog, terwijl kopers juist praktische bagageruimte en een handige vijfde deur verwachtten. Het kleine kofferdeksel en de prijs-kwaliteitverhouding weerhielden veel Nederlandse kopers.
- Concept en timing: Renault pakte met een sympathiek, eenvoudig en herkenbaar concept uit en combineerde dat met voldoende veelzijdigheid (verschillende uitvoeringen, later facelift en motorverbeteringen). De Twingo sloot beter aan op koperswensen en werd breed geaccepteerd ondanks dat het een driedeurs was.
- Imago en risico: Mazda had het lef een eigenzinnig model te brengen en legde daarmee een esthetische voorloperfunctie, maar profiteerde er commercieel nauwelijks van. Renault durfde ontwerprisico’s te nemen maar voegde ze samen met sterke marketing en productiekostenbesparing (delen met Clio).
Rij- en gebruikservaring
- Interieur en comfort: Beide auto’s bleken verrassend ruim voor hun formaat. De Mazda gaf een wat volwassenere zit en een meer intuïtieve bediening; de Twingo bood praktische oplossingen zoals een verschuifbare achterbank en lichtere, zachtere bekleding.
- Rijden: vroege Twingo’s leverden zo’n 55 pk en maakten dankzij laag gewicht goed doorstroming mogelijk; ze stonden bekend om bromgeluiden en relatief veel onderstuur. De 121 met 73 pk GLX voelde levendiger, was lichtvoetig en directer qua besturing, maar had veel rolgeluid.
- Uitrusting: typische jaren‑90-omissies (geen stuurbekrachtiging, geen elektrische ramen of centrale vergrendeling op sommige uitvoeringen) zijn nu merkbaar achterhaald.
Nalatenschap
- De 121 geldt achteraf als esthetische voorloper van retro/bolle ontwerpen die later populair werden (Ford Ka, Beetle, Mini, Smart, zelfs de Twingo zelf), maar Mazda profiteerde er niet van en stapte later samenwerkingen aan met Ford. De oorspronkelijke Twingo bleef populair en keerde decennia later terug in een elektrische vijfdeursvariant.
- Vandaag de dag is een eerste‑generatie Twingo nog redelijk te vinden op de markt; de Mazda 121 is daarentegen vrijwel uitgestorven.
Kortom: beide modellen verdeelden meningen met speelse lijnen en slimme ontwerpoplossingen, maar marktsucces kwam vooral naar de Twingo door betere aansluiting op gebruikerseisen en prijspositionering; de 121 werd een gewaardeerde, maar commerciële minderjarige.