Zelfs als de oorlog in Iran stopt, daalt de benzineprijs niet meer
In dit artikel:
Het Pentagon stelt dat het recente conflict in de Straat van Hormuz binnen vier tot zes weken voorbij kan zijn, waardoor scheepvaart en olieaanvoer weer normaal zouden verlopen en de brandstofprijzen zouden moeten terugzakken. In de praktijk lijkt dat effect echter uit te blijven: na de Europese inzet van noodvoorraden daalden benzineprijzen nauwelijks, hoewel vraag en aanbod dat normaal gesproken zouden veroorzaken.
Onderzoeksbureau Wood Mackenzie waarschuwt dat geplande EU-regels vanaf volgend jaar extra knelpunten kunnen veroorzaken. Die regels verplichten oliemaatschappijen om aan te tonen dat de olie die ze in de EU verkopen op milieuvriendelijke wijze is opgepompt en geraffineerd. Veel leveranciers kunnen die traceerbaarheid of milieukenmerken niet leveren; volgens het onderzoek zou meer dan driekwart van de geïmporteerde olie daardoor mogelijk niet aan de eisen voldoen. Dat kan leiden tot daadwerkelijke schaarste en tot het stilleggen van naar schatting de helft van de raffinaderijen in Europa.
Het gevolg is paradoxaal: hoewel de geopolitieke druk afneemt en reserves zijn vrijgegeven, krimpt het beschikbare aanbod door de nieuwe regelgeving. Dat duwt raffinage- en brandstofprijzen opwaarts; Wood Mackenzie rekent in het doemscenario op ongeveer 24 procent hogere benzineprijzen en 16 procent hogere dieselprijzen. De studie is betaald door een milieuorganisatie, wat invloed op de inschatting kan hebben, maar zelfs bij minder extreme uitkomsten lijkt een prijsstijging aan de pomp waarschijnlijk.
De milieubeweging gebruikt deze resultaten om te pleiten voor een versnelde transitie naar alternatieve energie en minder afhankelijkheid van olie. De auteur van het artikel schampert tot slot over een voorstel om autoliefhebbers hun benzinewagens te laten houden en gewone forensen te dwingen te electrificeren — een provocerende gedachte die het bredere dilemma onderstreept: kortetermijnprijsdruk en lange termijnbeleid raken elkaar, met directe gevolgen voor consumenten en de industrie.