De verborgen racehistorie van de brave Mercedes CLK: van Le Mans-blunder tot Black Series
In dit artikel:
De Mercedes‑Benz CLK (C208/C209) kreeg lange tijd het stigma van een burgerlijke coupé voor ouderen, maar diende Mercedes juist als fundament voor enkele van de meest brutale race‑ en straatlegale sportauto’s van de late jaren ’90 en vroege 2000‑s. Autojournalist Jason Cammisa belicht in een video voor Hagerty hoe het ogenschijnlijk onschuldig model tot circuitwapen werd opgefokt.
Toen de DTM in 1996 tijdelijk wegviel, verschoof Mercedes’ blik naar het internationale FIA GT‑kampioenschap, waar concurrerende monsters als de Porsche 911 GT1 en McLaren F1 GTR regeerden. Mercedes kocht een McLaren F1 GTR, verving de V12 door een eigen motor en zette in slechts 128 dagen de middenmotorige CLK GTR neer. Dat prototype domineerde het GT‑kampioenschap in 1997 en zette de concurrentie zodanig onder druk dat de GT1‑klasse uiteindelijk opdroogde. Een opvolger bedoeld voor Le Mans, de CLR (1999), raakte berucht doordat aerodynamische fouten de auto’s op hoge snelheid deden opstijgen, waarmee Mercedes’ endurance‑ambities abrupt eindigden.
Mercedes keerde terug naar de herrezen DTM en bouwde ter viering van het kampioenschap van 2003 gelimiteerde, straatlegale versies: de CLK DTM AMG Coupé en Cabriolet. Die auto’s waren meer raceauto dan luxewagen: veel carbon, forse verbredingen, gestript interieur en een 5,4‑liter gecomprimeerde V8 met zo’n 582 pk en bijna 800 Nm. De cabriolet claimde toen de titel van snelste vierpersoons cabrio en viel op door uitzonderlijk speels en communicatief stuurgedrag; kenners noemen het een van de beste sturende Mercedes‑modellen.
Vervolgens zette AMG met de CLK 63 AMG Black Series een belangrijke stap: de M156‑V8 (6,2 l) was de eerste volledig door AMG ontwikkelde atmosferische motor. De Black Series fungeerde als straatlegale afgeleide van de toenmalige F1‑safetycar, met agressieve aerodynamiek en een serieuze circuitgeest. Kritiekpunt was de trage zeventraps automaat, die rondetijden en rijplezier op het circuit remde. Cammisa rijdt een exemplaar waarin een privé‑eigenaar dat euvel heeft verholpen door zelf een handgeschakelde zespak te installeren — volgens de recensent maakt die conversie van de CLK Black Series eindelijk de ultieme, analoge rijdersauto.
Kortom: onder de klassieke broekrok‑schijn van de CLK schuilen radicale raceprojecten en zeldzame, rauwe AMG‑machines die het imago van het model volledig herschreven. Voor verzamelaars en rijpuristen zijn die varianten door hun racegenen en handmatige transformaties bijzonder aantrekkelijk geworden.