De Volvo 343 kende een stroeve start maar werd uiteindelijk een succesnummer
In dit artikel:
Begin jaren zeventig ontstond in Eindhoven bij DAF het ontwerp voor een nieuwe compacte auto. DAF wilde na de 66 een groter model bouwen (de beoogde Daf 77), maar kon dat niet alleen financieren. In 1975 kocht Volvo de meerderheid van DAF’s personenautodivisie en het project werd omgevormd tot een Volvo‑model: de Volvo 343, die in 1976 werd gepresenteerd en in Born (Limburg) geproduceerd.
Hoewel de 343 uiterlijk elementen van Volvo kreeg — extra versteviging van de carrosserie, aangepaste bumpers en veiligheidsvoorzieningen zoals een waarschuwingslampje voor de gordel — bleef het Daf‑stempel bij het publiek hangen. Technisch droeg de auto nog veel Daf‑dna: bij de lancering was hij alleen leverbaar met de bekende Variomatic‑cvtt (de automatische Vario‑transmissie) en een 1,4‑liter Renault‑motor van 70 pk. Dat maakte hem niet snel en door het relatief hoge gewicht ook niet zuinig, ondanks windtunneloptimalisatie en een redelijk geraffineerde De Dion‑achteras.
De ontvangst was aanvankelijk verdeeld. Daf‑fans toonden interesse, maar veel kopers vonden de 343 te duur en kozen voor de goedkoper geprijsde Volvo 66. Pas vanaf 1979, toen een handgeschakelde versnellingsbak beschikbaar kwam en Volvo het aanbod uitbreidde met een vijfdeurs 345, liepen de verkopen op. In de jaren daarna werden krachtigere benzinemotoren (1,7 en 2,0) en een 1,6 diesel geïntroduceerd; er verscheen ook een sedanvariant. In 1982 verviel de directe koppeling tussen carrosserievorm en typeaanduiding: 343/345 werden onderdeel van de 340‑familie, met de 360 voor de tweeliteruitvoeringen.
Revolutionair was de 343 technisch niet, maar strategisch was hij belangrijk: hij bracht Volvo structureel het compacte C‑segment binnen, naast de grotere 200‑series. In een concurrerende Europese markt met modellen als de Opel Ascona, Ford Taunus, Honda Accord en de Volkswagen‑familie wist de 300‑serie zich langzaam te handhaven door betrouwbaarheid en sterke veiligheidsrichting in plaats van sportiviteit of scherpe prijsstelling. In Nederland groeide de reeks uit tot de bestverkochte Volvo van zijn tijd en overtrof in aantallen zelfs enkele populaire concurrenten.
Opmerkelijke varianten zijn de zakelijke 345 VAN (ontwikkeld voor o.a. de PTT) en politievoertuigen met een 2,0‑motor die normaliter alleen voorbehouden was aan de 360. In 1982 verscheen de sportieve 360 GLT met een 2,0‑liter multipoint‑injectiemotor en vijfversnellingsbak; met circa 110–116 pk was dit een opvallend vlotte uitvoering die ook op het circuit naam maakte en aanleiding gaf tot raceklassen.
De 300‑reeks bleef met relatief bescheiden uiterlijke wijzigingen van 1976 tot 1992 in productie; in 1989 werd de serie opgevolgd door de 400‑serie, waarna de Nederlandse bouwtraditie in compacte Volvomodellen met de later ontwikkelde S40/V40 voortleefde. Van de 343/345/340/360 zijn in Nederland nog 566 exemplaren geregistreerd; van de vroegste lichting zijn slechts drie auto's bewaard gebleven.