Deze ene regel verklaart waarom Amerikaanse trucks een lange neus hebben en Europese bijna plat zijn
In dit artikel:
Het grote verschil tussen Amerikaanse trucks met een lange motorkap en Europese vrachtwagens met een vrijwel verticale voorkant komt vooral door verschillende regels voor voertuiglengte. In Europa geldt voor een trekker met oplegger doorgaans een maximum van 16,50 meter, gemeten over de volledige combinatie. Ook een trekker met aanhanger mag meestal niet langer zijn dan 18,75 meter. Elke centimeter motorkap gaat daardoor ten koste van de ruimte voor de oplegger. Europese fabrikanten kozen daarom massaal voor het cab-over-ontwerp, waarbij de motor grotendeels onder de cabine ligt en de chauffeur erboven zit.
In de Verenigde Staten wordt op het National Network, waaronder veel Interstate Highways vallen, de lengte van een gewone trekker-opleggercombinatie niet federaal begrensd. De regels beschermen vooral de minimale lengte van de oplegger: staten mogen die doorgaans niet beperken tot minder dan 48 feet, ongeveer 14,63 meter, en staan vaak langere trailers toe. Een langere motorkap hoeft daar dus niet automatisch ten koste te gaan van laadruimte. De Surface Transportation Assistance Act van 1982 verbood staten bovendien om op dit netwerk een algemene maximumlengte voor de complete combinatie op te leggen. Daardoor konden merken als Peterbilt en Kenworth de klassieke Amerikaanse truck met lange neus en ruime slaapcabine verder ontwikkelen.
Ook in Europa speelde de geschiedenis een rol. In West-Duitsland werden vanaf 1956, onder minister Hans-Christoph Seebohm, afmetingen en gewichten strenger beperkt. Fabrikanten moesten binnen de beschikbare maten zoveel mogelijk laadruimte en nuttig gewicht overhouden. Mercedes-Benz reageerde onder meer met de LP 333, een truck met cabine boven de motor en twee gestuurde voorassen. Die regels hielpen het frontstuurconcept definitief doorbreken, hoewel cab-over-trucks al eerder bestonden.
Sinds 1 september 2020 mogen Europese vrachtwagens onder voorwaarden iets langer worden als de extra ruimte wordt gebruikt voor aerodynamica, energiezuinigheid, zicht of veiligheid, en niet voor extra lading. DAF verlengde bij de XF-, XG- en XG+-generatie de voorkant met 160 millimeter. Toch zullen Europese trucks niet snel op Amerikaanse Peterbilts gaan lijken, omdat wegen, draaicirkels en logistieke systemen al lang op compacte trekkers zijn ingericht. Opvallend is dat Peterbilt, Kenworth en DAF tegenwoordig allemaal onder hetzelfde concern, PACCAR, vallen. Niet smaak, maar vooral verschillende meetregels en historische wetgeving verklaren dus hun uiteenlopende uiterlijk.
UEFA Conference League: Surdez zet FC Sion op voorsprong tegen Ajax