Deze kleine lichtpuntjes in het wegdek worden pas belangrijk als de weg bijna verdwijnt
In dit artikel:
Wegdekreflectoren, vaak kattenogen genoemd, zijn kleine verhogingen in of op het asfalt met reflecterend materiaal die in het donker en bij slecht weer de rijstrook beter zichtbaar maken. Ze fungeren als retroreflectoren: koplamplicht valt erop en wordt sterk teruggekaatst naar de bestuurder, waardoor lijnen, bochten en wegranden zichtbaar blijven wanneer gewone belijning door regen of het ontbreken van straatverlichting wegvalt.
Bij hevige regen zorgt een dunne waterlaag op het asfalt ervoor dat normale witte strepen kunnen ‘oplossen’ omdat het licht anders wordt weerkaatst. Kattenogen steken net iets boven het wegdek uit of zijn zo ontworpen dat ze minder meeglansen met natte asfaltvlakken; daardoor blijven ze oplichten zodra je met je koplampen de weg raakt. Belangrijk om te weten is dat het om passieve reflectoren gaat: zonder lichtbron blijven ze donker.
Kattenogen verminderen het risico op plotselinge stuurcorrecties doordat ze de rijrichting sneller aangeven, maar ze bieden geen bescherming tegen aquaplaning. Tegen aquaplaning helpen vooral lagere snelheid, voldoende profiel op de banden en ruime volgafstand.
De reden dat niet elke snelweg vol ligt met reflectoren is praktisch van aard: opbouwvarianten vergen onderhoud, kunnen beschadigen door verkeer en sneeuwruimen en veroorzaken soms rolgeluid. Daarom zet Nederland ze selectief in op plekken waar extra geleiding gewenst is — bijvoorbeeld scherpe bochten, rijrichtingscheidingen of onverlichte trajecten — terwijl op reguliere snelwegen hoogwaardige reflecterende belijning wordt gebruikt.
Kortom: die kleine lichtpuntjes geven je visuele houvast in slecht zicht, maar ze vervangen geen defensief rijgedrag.