Deze occasion was onderdeel van de grootste autoroof uit de geschiedenis en kost minder dan 20.000 euro
In dit artikel:
In 1974 leverde Volvo duizend exemplaren van de klassieke Volvo 144 aan Noord-Korea — een levering die nooit is betaald en later als een van de grootste oninbare autodeals uit de geschiedenis werd bestempeld. De vordering liep volgens Volvo in de loop der jaren op tot circa 450 miljoen euro; doordat de Zweedse staat via de exportkredietverzekering garant stond, blijven Zweedse instanties nog steeds herinneringen sturen naar Pyongyang, zonder resultaat.
De geleverde 144’s belandden bij overheidsdiensten: sommige werden door functionarissen gebruikt, andere fungeerden als taxi’s in Pyongyang. Dat er vandaag nog exemplaren rondrijden zegt iets over de degelijkheid van het model. De 144, geïntroduceerd in 1966, was een achterwielaangedreven sedan met 1,8- of 2,0-liter viercilindermotoren (de B18 leverde bijvoorbeeld circa 85 pk) en werd later ook in sterkere varianten tot zo’n 140 pk aangeboden. Volvo liep met de 144 vooruit op het gebied van veiligheid — het model had onder meer kreukelzones — en werd in meer dan een miljoen stuks gebouwd. Als occasion staat hij bekend als robuust maar vatbaar voor roest; goede controle en onderhoud zijn cruciaal.
Tegenwoordig produceert Noord-Korea ook eigen auto’s, al zijn die vaak Chinese ontwerpen onder een ander merk — de elektrische Madusan blijkt bijvoorbeeld vrijwel identiek aan een BYD Han. In Nederland zijn Volvo 144’jes zeldzaam; momenteel staan er twee te koop voor ongeveer €16.900 en €17.500, waarbij het duurste exemplaar jonger is en iets meer vermogen heeft.