Dit is de reden waarom zoveel F1-coureurs in Monaco wonen (en het is niet alleen de belasting)
In dit artikel:
Max Verstappen, Lando Norris en Lewis Hamilton — net als Valtteri Bottas en Monaco‑held Charles Leclerc — worden veel genoemd als inwoners of regelmatige verblijvers van Monaco. Het mini‑prinsdom aan de Franse Rivièra trekt Formule 1‑coureurs niet alleen vanwege zon, jachten en supercars, maar vooral om zakelijke en praktische redenen.
Fiscaal is Monaco aantrekkelijk: voor de meeste particulieren geldt er geen inkomstenbelasting en geen vermogensbelasting, wat lucratieve salarissen, bonussen en sponsorinkomsten van coureurs aanzienlijk kan beschermen. Een belangrijke uitzondering vormen Franse staatsburgers: door het Frans‑Monegaskische belastingverdrag worden veel Fransen fiscaal als in Frankrijk wonend behandeld, waardoor rijders als Pierre Gasly en Esteban Ocon minder voordeel hebben.
Privacy en discretie spelen een even grote rol. Monaco biedt een beschermde omgeving waar paparazzi minder ruimte krijgen; sinds 2025 zijn ongeautoriseerde foto‑ en filmopnames in hotels en casino’s expliciet strafbaar, wat beroemdheden extra rust geeft. Die combinatie van anonimiteit en exclusiviteit is voor wereldberoemde coureurs van grote waarde.
Ook de ligging is strategisch: via Nice Airport zijn Europese hoofdsteden en de fabriekshubs van raceteams snel bereikbaar, wat reistijd tussen races, simulatorwerk en sponsorverplichtingen beperkt. Bovendien is Monaco cultureel en sportief de thuishaven van de Formule 1: de Grand Prix van Monte Carlo blijft het meest prestigieuze evenement op de kalender — met commerciële aantrekkingskracht voor rijke fans en een contract dat de race tot minstens 2035 garandeert. Voor sommige coureurs betekent dat dat hun huis letterlijk op loop‑ of fietsafstand van het circuit ligt.
Kort gezegd is Monaco voor veel F1‑topcoureurs geen luxe‑speeltuin maar een weloverwogen keuze: een fiscaal aantrekkelijk, discreet en logistiek handig bolwerk dat perfect aansluit bij de zakelijke en persoonlijke behoeften van de moderne racecoureur.
De Oranjezomer: Pieter Cobelens kan zich vinden in kritiek op comeback Thijs Römer: 'Slaat helemaal nergens op'