Dit opvallende F1-onderdeel uit de beste generatie aller tijden is terug!
In dit artikel:
De F1 krijgt een nostalgische twist: een ontwerpelement uit het midden van de jaren 2000, de zogenaamde “stierenhoorns” naast de luchthapper achter de helm, duikt opnieuw op. Waar die hoorns vroeger te zien waren op auto’s als de McLaren MP4‑20 van Juan‑Pablo Montoya, gebruikt Adrian Newey het idee nu bij Aston Martin’s nieuwe AMR26. Newey — beroemd technisch baas en recent overgestapt van Red Bull naar Aston Martin — heeft het concept aangepast; de hoorns lijken niet helemaal symmetrisch en steken aan één kant iets hoger uit.
De functie van die uitsteeksels is puur aerodynamisch: wanneer de rijwind langs de helm van de coureur strijkt ontstaat turbulentie die de stroom richting de motorkap en achtervleugel verstoort. De hoorns vangen die verstoorde lucht op en geven haar weer een meer rechte, voorspelbare richting, zodat de rest van de aerodynamica beter werkt. Deze uitleg komt van Scott Mansell van Driver61, die de werking overzichtelijk toelicht.
Er zit echter een keerzijde aan. De hoorns voegen gewicht toe en creëren extra luchtweerstand, twee zaken waar teams zorgvuldig op moeten afwegen: F1‑auto’s worstelen vaak om het minimumgewicht te halen en willen geen onnodige drag op de rechte stukken. Bovendien vereist het plaatsen van zulke windgeleiders aan de voorzijde aanpassingen verderop aan de auto om optimaal van de schonere luchtstroom te profiteren. Dat verklaart waarom niet alle teams dit idee zomaar overnemen.
Naast de technische motieven draagt de terugkeer van de hoorns ook een nostalgische en visuele aantrekkingskracht — en roept het bij sommigen een knipoog op richting Newey’s verleden bij Red Bull. Uiteindelijk draait het om een klassieke F1‑balans: winst in aerodynamische efficiëntie versus de penibele kosten in gewicht en weerstand.