Een bus bij de halte zet zijn linkerknipperlicht aan: het plaatsnaambord bepaalt wie er moet wachten
In dit artikel:
Wanneer een bus bij een halte zijn linkerknipperlicht aanzet, hangt het van de locatie af wie moet wachten. Binnen de bebouwde kom moeten automobilisten de bus volgens artikel 56 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens de gelegenheid geven om weg te rijden. Dat geldt alleen als de chauffeur met zijn richtingaanwijzer duidelijk maakt dat hij wil vertrekken. De bus heeft juridisch geen voorrang zoals op een kruispunt, maar andere bestuurders moeten hem wel ruimte geven.
Buiten de bebouwde kom geldt deze speciale regel niet. Het wegrijden van de bus is daar een bijzondere manoeuvre, waardoor de chauffeur het overige verkeer moet laten voorgaan. Hetzelfde linkerknipperlicht betekent daar dus niet dat automobilisten automatisch moeten stoppen; de bus moet wachten tot invoegen veilig kan.
De grens wordt bepaald door de officiële blauwe komborden H1 en H2, niet door de aanwezigheid van huizen, de verkeersdrukte of de maximumsnelheid. Die factoren kunnen een misleidend beeld geven van waar de bebouwde kom juridisch begint of eindigt. De regel geldt bovendien voor iedere ‘autobus’ die meer dan acht personen kan vervoeren, dus niet alleen voor stads- en streekbussen, maar mogelijk ook voor een touringcar die van een halte vertrekt.
Vandaag Inside: Johan Derksen blikt vooruit op zaak-Jhon van Beukering: 'Dat wordt interessant!'