Eerste rij-indruk: vertraagde, elektrische Bentley Torcal is absolute koppelbeul
In dit artikel:
Bentley brengt volgend jaar zijn eerste volledig elektrische model op de markt: de Torcal. De luxe-SUV liep vertraging op doordat Bentley de onzekere markt voor exclusieve elektrische auto’s eerst wilde afwachten. In de komende zes maanden wordt het prototype verder verfijnd richting productie.
De Torcal gebruikt het 800-volt PPE-platform en de 113 kWh-accu van de Porsche Cayenne, maar krijgt een eigen afstelling. Hij komt als Torcal en krachtigere Torcal S, beide met permanente vierwielaandrijving. De standaardversie levert meer dan 850 pk, de S 50 kW extra. De topsnelheid is begrensd op 250 km/u; de sprint naar 100 km/u duurt respectievelijk minder dan 3,5 en 3 seconden.
De SUV wordt ongeveer vijf meter lang, heeft een wielbasis van 2,80 meter en biedt achterin ruimte vergelijkbaar met die van een Bentayga. De bagageruimte is met 460 liter relatief beperkt, al is er voorin nog een frunk van 90 liter. Bentley mikt op maximaal 600 kilometer bereik. Snelladen kan met 400 kW, waarmee de accu volgens het merk in twintig minuten van 10 naar 80 procent gaat. AC-laden kan met 22 kW.
Tijdens een eerste rit vanaf de passagiersstoel viel vooral het hoge comfort en de stilte op. Luchtvering, Active Ride-dempers en vierwielsturing moeten het zware gewicht van circa 2.700 kilo beheersbaar houden. In de Sport-modus klinkt via de luidsprekers een kunstmatig motorgeluid, geïnspireerd op de klassieke Bentley-V8 uit de Continental R. Dat geluid kan worden uitgeschakeld.
Het ontwerp leunt op de EXP 15 Concept uit 2025, met klassieke Bentley-proporties en een verlichte grille. De verwachte prijs ligt rond 200.000 euro, afhankelijk van het gekozen maatwerk. Daarmee wordt de elektrische Range Rover een belangrijke concurrent. De eerste indruk is die van een zeer verfijnde, comfortabele en krachtige SUV, al moet een rit achter het stuur nog uitwijzen of de Torcal ook voldoende eigen karakter biedt.
Vandaag Inside: Johan Derksen waarschuwt Mona Keijzer: 'Dát is het gevaar!'