Er is maar één Europese autobouwer die de CO2-doelen op eigen kracht haalt
In dit artikel:
EU-autofabrikanten krijgen dit jaar te maken met strakke CO2-grenzen: gemiddeld moet elke fabrikant rond de 93,6 gram CO2 per kilometer uitkomen voor het verkochte wagenpark. Die norm verschilt licht per constructeur omdat hij onder meer van het gemiddelde gewicht van hun auto’s afhangt, maar dwingt in de praktijk tot meer verkoop van volledig elektrische modellen. Zelfs zeer zuinige hybrides, zoals sommige uitvoeringen van de Toyota Yaris Hybrid, halen de norm niet altijd.
Om boetes te vermijden bestaan al jaren CO2‑pools: merken die veel zuinige of volledig elektrische auto’s verkopen (denk aan Tesla en BYD) kunnen overschotten aan CO2‑kredieten aan andere fabrikanten verkopen. Doordat autofabrikanten meer tijd tot 2029 hebben om hun gemiddelde te halen, is dit jaar de rol van zulke samenwerkingen iets afgenomen; toch blijft vrijwel niemand op eigen kracht onder de limiet.
Uit cijfers van The International Council on Clean Transportation (ICCT) blijkt dat BMW in 2025 de enige Europese autobouwer is die zonder hulp onder het maximale gemiddelde blijft. Samen met dochtermerk Mini zit BMW volgens die cijfers ongeveer 3 gram onder de norm. Dat is opmerkelijk nu het merk net is begonnen met zijn elektrische Neue Klasse‑offensief en de orderboeken voor de nieuwe iX3 goed gevuld zijn.
BMW is echter geen fan van de strikte EU-focus op uitlaat‑CO2 alleen. CEO Oliver Zipse waarschuwt dat Europa zich daardoor van de rest van de wereld afsnijdt en benadrukt het belang van een levenscyclusbenadering; volgens BMW compenseert de iX3 zijn hogere productie‑uitstoot al na zo’n 21.500 km. Zipse: “We hebben de juiste koers uitgezet en zien geen reden om die koers te wijzigen.”