Europese autofabrikanten kunnen staalindustrie verduurzamen
In dit artikel:
In de Volvo-fabriek bij Göteborg, waar honderden robots en zo’n 6.500 werknemers in drieploegendiensten verschillende modellen produceren, gaat binnenkort de massaproductie van de volledig elektrische EX60 van start. Dit model is bijzonder omdat het grotendeels bestaat uit ‘groen staal’ van SSAB uit Borlänge — staal dat met veel minder CO2-uitstoot wordt gemaakt (SSAB produceert ook met waterstof in Luleå). Volgens Vanessa Butani, hoofd verduurzaming bij Volvo, bevat ongeveer 90% van de gebruikte onderdelen gerecycled staal, waardoor de CO2-voetafdruk van die onderdelen met circa 70% daalt.
Volvo kiest hiermee bewust voor versnelling richting zijn ambitie om in 2040 CO2-neutraal en circulair te opereren, deels gedreven door klantverwachtingen. Tegelijk erkent het bedrijf dat volledige elektrificatie van het wagenpark trager verloopt dan verwacht, waardoor er voorlopig nog hybride modellen blijven rollen. Het prijsverschil voor de consument van het groene staal noemt Volvo marginaal; extra kosten worden niet doorberekend.
Op Europees niveau ligt er discussie over een mogelijke verplichting voor autofabrikanten om een minimumpercentage groen staal te gebruiken. Voorstanders zien daarmee zowel industriële verduurzaming als een afnamegarantie voor staalproducenten gerealiseerd, maar de hoge kosten en schaarste aan groene waterstof remmen de overgang. Lobby van de Duitse auto-industrie heeft de plannen vertraagd, en ook in Nederland staat een definitieve beslissing uit over een rijksbijdrage van ongeveer 2 miljard euro aan Tata Steel in IJmuiden.
Volvo en Zweden hopen dat de EX60 als voorbeeldfunctie fungeert: als staalproducenten groen staal op grotere schaal aanbieden, is Volvo klaar om het te adopteren. De zaak illustreert de spanning tussen technologische mogelijkheden en politieke/economische barrières bij de verduurzaming van de auto- en staalindustrie.