Europese autoverkoop 2025: Benzine en diesel verliezen terrein, hybride groeit en Tesla levert fors in
In dit artikel:
De Europese automarkt in 2025 toont een ingrijpende omslag: op papier groeide de verkoop licht (+2% naar 13,3 miljoen voertuigen volgens Handelsblatt/ACEA), maar onder de oppervlakte is alles anders. De totale markt blijft zo’n 15% onder het niveau van vóór corona en de huidige groei wordt vrijwel volledig gedragen door elektrische aandrijvingen en hybrides; zonder die groep zou de markt sterk krimpen.
Consumenten kiezen massaal afstand van de klassieke verbrandingsmotor. Verkoop van benzineauto’s daalde bijna 19%, diesel zelfs 24%; samen vormen zij nog slechts circa 35% van de markt. Hybrides (zonder stekker) zijn met 34,5% marktleider, plug-in hybrids nemen 9,4% voor hun rekening en volledig elektrische auto’s staan op 17,4%. Hybride is de nieuwe norm.
De verschuiving brengt grote slachtoffers en winnaars voort. Tesla, jarenlang dominant, zag zijn Europese verkopen in 2025 met bijna 27% kelderen in EU+EFTA+VK — een teken dat concurrentie toeneemt. Grote winnaars komen uit China: BYD boekte een spectaculaire groei van 268% en verkocht bijna 190.000 auto’s in Europa, terwijl SAIC (o.a. MG) met 25% groeide. De Chinese merken rukken snel op en grijpen marktaandeel.
Een opvallende case is Jaguar: in december werd in de hele EU slechts één nieuwe Jaguar geregistreerd (tegen 372 een jaar eerder). Dat komt doordat de fabrikant vrijwel alle modellen heeft gestopt om te herpositioneren als fabrikant van ultra-luxe elektrische voertuigen. Jaguar zet alles op één kaart met een nieuwe elektrische GT (prijs ruim boven de ton) die voor 2026 gepland staat; dealers moeten het nu vooral van occasions hebben. Of dit een slimme transformatie of strategische misrekening wordt, blijft onzeker.
Nederland loopt voorop in de omschakeling: hier steeg de verkoop van elektrische auto’s met 18%, en samen met Duitsland (waar EV-registraties met 43% toenamen) vormt Nederland de motor van de Europese elektrificatie. Tegelijkertijd blijft de vraag of deze transitie voldoende is om de gevestigde Europese industrie te wapenen tegen de agressieve Aziatische concurrentie.