Experts waarschuwen voor populaire microcars: "Je eindigt plat als een pannenkoek"
In dit artikel:
De laatste jaren is de belangstelling voor kleine, vaak elektrische microcars (L6e/L7e) sterk toegenomen; er rijden inmiddels meer dan 30.000 exemplaren. Ze worden door veel kopers gezien als vervanging van het uitgeklede A‑segment — modellen als de Volkswagen Up en Opel Adam verdwenen door krappe marges en aangescherpte emissie- en veiligheidseisen — en sluiten vooral aan bij de mobiliteitsbehoefte van jongeren. Autovisie testte vorig jaar de belangrijkste spelers in dit segment.
Euro NCAP-waakhonden waarschuwen echter dat microcars op veiligheidsgebied duidelijk achterlopen bij volwaardige auto’s. Experts als James Ellway en technisch directeur Richard Schram leggen uit dat de veiligheidseisen voor L6e/L7e‑voertuigen “véél lager” liggen en dat standaard crashtests vaak te heftig zijn: in 2016 moest Euro NCAP alternatieve protocollen ontwikkelen omdat reguliere botsproeven de wagens letterlijk tot niets zouden maken. Schram en Ellway wijzen op concrete gebreken; zo kon een gordelbevestiging intact lijken terwijl de hele B‑stijl was losgerukt.
Financieel zijn microcars niet altijd voordeliger dan kleine auto’s: de Microlino kostte bijna €25.000, terwijl een nieuwe Dacia Spring rond de €18.000 begint. Volgens Euro NCAP zouden microcars al veel veiliger worden als ze aan de eisen van vijf jaar geleden voldeden. Het kleine formaat is op zich geen onoverkomelijk argument — Japanse kei‑cars zijn ook compact maar scoren beter in hun NCAP‑tests.
Kernboodschap: wie veiligheid hoog in het vaandel heeft, kiest bij voorkeur een volwaardige auto; microcars bieden gemak en nichemobiliteit, maar leveren op bescherming een duidelijk mindere prestatie. Autovisie publiceert binnenkort een reportage over Euro NCAP’s kijk achter de schermen.