Ferrari haalt alles uit de kast: de omstreden elektrische Luce kan goddelijke zegen absoluut gebruiken
In dit artikel:
Ferrari kreeg deze week een PR-nachtmerrie rond de onthulling van zijn eerste volledig elektrische model, de Luce. De vijfzitter met 1.035 pk en een prijskaartje van naar schatting ruim een half miljoen euro stuitte op een verwoestend oordeel van de internationale autopers en opvallende critici; ook oud-topman Luca Cordero di Montezemolo viel hard uit en waarschuwde dat het nieuwe, gladde design het merkrisico loopt “een mythe te vernietigen” — hij voegde eraan toe dat het model zó visueel onbegrijpelijk is dat “zelfs de Chinezen het waarschijnlijk niet zullen kopiëren.” De negatieve ontvangst sloeg door naar de markt: het aandeel Ferrari verloor in Milaan meteen ruim acht procent.
Om de reputatieschade te beperken zette Ferrari-president John Elkann een opvallende PR-tactiek in: hij bracht de Luce persoonlijk naar Castel Gandolfo, de zomerresidentie van de paus, waar Paus Leo XIV het voertuig in een privé-onthulling mocht bekijken en plaatsnam achter het stuur. Een testrijder van Ferrari gaf daarbij uitleg over het dashboard; al reed de paus niet weg, de beelden van een lachende paus in de elektrische Ferrari leverden precies de mediacontent op waarop het merk hoopte.
Of die symbolische geste het vertrouwen van critici, aandeelhouders en autoliefhebbers kan herstellen, is onzeker. Terwijl merken als Lamborghini en Porsche hun zeer dure EV-plannen inmiddels afremmen vanwege een stagnerende wereldwijde markt, houdt Ferrari vast aan zijn ambitie om door te gaan. Mogelijk volstaat dat: zelfs als puristen afknappen, kunnen excentrieke, welgestelde kopers het model alsnog omarmen — of, zo suggereert de politieke toon van het artikel, het exemplaar uiteindelijk aan het Vaticaan geschonken worden als ‘snelste pausmobiel’.