Fiat Argenta: de auto die bewees dat je van zilver geen goud kunt maken
In dit artikel:
Fiat, bekend om compacte succesnummers zoals de 500, Panda en Uno, probeerde begin jaren tachtig ook een voet tussen de luxe-deuren te krijgen, maar faalde met de Argenta. In 1981 presenteerde het merk uit Turijn een goedkoop gefixeerde vlaggenschipoplossing: in plaats van een nieuw model te ontwikkelen plaatste men een opgefriste versie van de tien jaar oude Fiat 132 op de markt om bestuurders en notabelen te bedienen. De naam Argenta verwijst naar het Latijnse woord voor zilver, maar dat bleek al snel misplaatst.
Exterieur en interieur kregen een jaren‑tachtig‑looks: rechthoekige koplampen, dikke kunststofbumpers, brede sierstrippen en een vernieuwd dashboard met elektrische ramen en meer stoffering. Technisch bleef de auto echter sterk verankerd in de jaren zeventig: een archaïsch onderstel, achterwielaandrijving en een starre achteras maakten het rijgedrag verouderd en onveilig in vergelijking met concurrenten als Mercedes en BMW, die al moderne onafhankelijke wielophangingen gebruikten. De pers was kritisch over de wegligging, vooral op nat wegdek. Ook het brandstofverbruik viel tegen; motoren waren weinig efficiënt.
Pas later introduceerde Fiat een turbodiesel en de zeldzame Volumex‑uitvoering met compressor (ongeveer 135 pk), maar die extra prestaties kwamen te laat om het imago te herstellen. De Argenta bleef tot 1985 in productie en heeft de historische betekenis dat het de laatste massaproductie‑Fiat sedan met achterwielaandrijving was tot de 124 Spider (2016). Na de Argenta schakelde Fiat over op voorwielaandrijving met modellen als de Croma, ontwikkeld in samenwerking met Saab en Alfa Romeo.
Tegenwoordig is de Argenta zeldzaam, niet uit exclusiviteit maar omdat veel exemplaren zijn verroest of gesloopt. Zelfs de aristocratische link — de naam is ontleend aan Argenta Campello, dochter van Maria Sole Agnelli — kon het falen van dit model niet verhullen.