Ford Sierra 1.6 (1983) - Klassieker die conservatief én baanbrekend tegelijk is, we geven 'm een 7

zondag, 8 februari 2026 (08:49) - AutoWeek

In dit artikel:

In september 1982 introduceerde Ford op de autosalon van Parijs de Sierra, de gedurfde opvolger van de conservatieve Taunus en één van de opvallendste Europese Fords naast de latere Focus en Scorpio. Dat gebeurde in een tijd van economische recessie en brandstofzorg – factoren die autofabrikanten dwongen tot zuinigheids- en aerodynamische innovaties. De Sierra werd in 1983 tweede in de verkiezing Auto van het Jaar (386 punten), vlak achter de Audi 100 (410 punten) en ver voor veel andere nieuwkomers uit die periode.

Ontwerp en achtergrond
Het ontwerp van Uwe Bahnsen was radicaal voor Ford: een gestroomlijnde hatchback die sterk afweek van het traditionele blokkerige profiel van de Taunus. De Sierra liep in de voetsporen van studiemodellen zoals de Ford Probe III (cw 0,25) maar had een minder extreem luchtweerstandscoëfficiënt (Sierra cw ≈ 0,34; Audi 100 ≈ 0,30). De auto pastte in een bredere trend: merken experimenteerden begin jaren tachtig met maatregelen om verbruik te verminderen (voorbeelden uit die tijd: Fiat Ritmo ES, VW 4+E en Alfa-modellen met cilinderuitschakeling).

Mechaniek en varianten
Ford behield een klassieke lay-out: een in lengterichting geplaatste motor met achterwielaandrijving, maar introduceerde wel een onafhankelijke achterwielophanging in plaats van een starre as. Motoren waren technisch nog vrij traditioneel: vier- en zescilinders en een 2,3-liter diesel van Peugeot. Ford bracht ook een zuinigheidsversie uit: de Sierra 1.6 Economy (vanaf 1983) met een andere transmissie en langere eindoverbrenging, waardoor het toerental bij 100 km/h aanzienlijk lager lag en het verbruik verbeterde (Economy: circa 1 op 17 bij 90 km/h; reguliere 1.6: ongeveer 1 op 15,9 bij dat tempo).

Marktacceptatie
Receptie was wisselend: in het Verenigd Koninkrijk viel de verkoop aanvankelijk tegen omdat dealers nog voorraad van de Cortina verkochten en kopers moeite hadden met het nieuwe silhouet. In Nederland echter sloeg de Sierra meteen aan; vanaf 1983 behoorde hij tot de top 10 en bleef populair tot begin jaren ’90. Het beste verkoopjaar was 1987, mede dankzij een facelift en de toevoeging van een sedanversie. In totaal bouwde Ford ruim 2,7 miljoen Sierras.

De proefritauto
Het besproken exemplaar is een vroeg, eenvoudige 1.6-model, te herkennen aan kenmerken als hangende buitenspiegels en stalen wielen. Hoewel sober uitgevoerd, oogt het interieur functioneel: een naar de bestuurder gericht middenconsole, veel opbergruimte en goede zit- en kijkpositie. De vijfde versnelling, op deze auto aanwezig als optie, draagt bij aan een rustige loop bij hoge snelheid. Rijervaringen tonen duidelijke verbeteringen ten opzichte van de Taunus: stiller, comfortabeler en scherper in bochten dankzij de onafhankelijke achterwielophanging. Een bekend euvel blijft echter een voelbare dreun in de aandrijflijn rond de 80 km/h. De motorprestaties zijn bescheiden maar passend bij het lichte gewicht (net iets meer dan een ton).

Status en waardering
Een vroeg en gaaf bewaard exemplaar is zeldzaam; het geteste model stond te koop voor €4.950 met een lage kilometerstand van 97.900 km. In een korte rapportage scoorde de auto gemiddeld een 7,5, met sterke punten in uitstraling en interieurpracticiteit en minpunten in stuurgevoel en aandrijflijndreun.

Kort samengevat is de Ford Sierra een gedurfde, voor zijn tijd aerodynamisch gestileerde opvolger van de Taunus die, ondanks conservatieve techniek op motorgebied, rijcomfort en handling aanzienlijk verbeterde. De Sierra polariseerde aanvankelijk, maar werd commercieel succesvoller in sommige markten (onder meer Nederland) en bleef ook decennia later een herkenbare mijlpaal in Ford’s Europese modellengeschiedenis.