Frankrijk kiest voor sociaal EV-leasen, maar Nederland niet: waarom eigenlijk?

maandag, 20 april 2026 (13:31) - Autobahn

In dit artikel:

Frankrijk start vanaf juli 2026 een nieuw, gericht ‘social leasing’-programma waarmee 50.000 elektrische auto’s beschikbaar worden gesteld voor huishoudens met lagere inkomens, tegen een richtprijs van ongeveer 100–200 euro per maand. De regeling is strikt afgebakend: alleen wie een revenu fiscal de référence par part van maximaal 16.300 euro heeft, komt in aanmerking. Ook gelden gebruikseisen: je moet meer dan 15 km van je werk wonen en de eigen auto gebruiken, of beroepsmatig meer dan 8.000 km per jaar rijden. Contracten lopen minimaal drie jaar en bevatten doorgaans 12.000 km per jaar; onderhoud en verzekering vallen niet zonder meer onder het basistarief. Het doel is duidelijk sociaal: mobiliteit bereikbaar maken voor specifieke groepen die anders geen nieuwe EV kunnen betalen.

In Nederland is het beleid juist de andere kant opgegaan. De SEPP‑regeling (Subsidie Elektrische Personenauto’s Particulieren) is definitief gesloten; particulieren kunnen geen subsidie meer aanvragen voor aankoop of private lease van EV’s. De sluiting weerspiegelt drie beleidskeuzes: de SEPP was van oorsprong een algemene stimulans om consumenten over de streep te trekken en niet gericht op lage inkomens; na het aflopen koos Den Haag voor indirecte, fiscale prikkels in plaats van gerichte inkomensondersteuning; en middelen zijn herverdeeld volgens andere budgettaire prioriteiten. Voorbeelden van die indirecte stimulering zijn gereduceerde motorrijtuigenbelasting voor emissievrije auto’s in 2026–2028 (een korting van 30 procent, waardoor EV‑rijders effectief 70 procent van het normale tarief betalen). Dat verlaagt de gebruikskosten voor huidige EV‑bezitters, maar vormt geen instapinstrument voor mensen die de aanschaf niet kunnen bekostigen.

De mogelijkheid van sociaal leasen is in Nederland niet volledig van tafel: in maart 2026 zijn er Kamervragen over het instrument gesteld en minister Madlener zei dat hij niet zomaar kon vooruitlopen op zo’n plan omdat er “een hoop haken en ogen” aan zouden zitten. Voorlopig blijft het contrast tussen beide landen groot: Frankrijk ziet de elektrificatie steeds meer als sociaal mobiliteitsvraagstuk en pakt dat met een direct, doelgericht instrument aan; Nederland vertrouwt vooral op fiscale prikkels en marktwerking, waardoor automobilisten met kleine beurs waarschijnlijk langer zullen moeten wachten op betaalbare toegang tot nieuwe EV’s.