Gordon Murray (79): 'Hopelijk klinkt dit niet arrogant, maar Gordan Murray Automotive is uniek'

maandag, 17 november 2025 (13:08) - Autovisie.nl

In dit artikel:

Gordon Murray, de Zuid-Afrikaanse ingenieur die F1-wagens tekende voor kampioenen als Nelson Piquet en Ayrton Senna, werkt op 79-jarige leeftijd nog steeds onvermoeibaar aan eigen sportwagens. Na een glansrijke F1-carrière bij Brabham — waar hij o.a. wereldtitels hielp behalen in 1981 en 1983 — en als geestelijk vader van de legendarische McLaren F1, richtte hij later Gordon Murray Design en uiteindelijk Gordon Murray Automotive (GMA) op om volledig vrij zijn eigen visie te realiseren.

Murray groeide op in een eenvoudig arbeidersgezin, bouwde als tiener al zelf racewagens en trok op eigen houtje naar Engeland om zijn kansen te zoeken. Bij Brabham kreeg hij de kans zijn ideeën in praktijk te brengen; later werkte hij bij McLaren waar de iconische McLaren F1 ontstond, een auto die lange tijd als hét supercar-icoon gold. Onvrede over controle bij grote autofabrikanten bracht hem ertoe zijn eigen bedrijf en fabriek te beginnen, met als doel kleine, doordachte sportwagens zonder concessies aan rijgevoel.

GMA baseert zich op een eigen filosofie van zeven principes: terug naar proportie en schoonheid, lichtgewicht constructie, gebruiksgemak en comfort naast pure rijbeleving, en het vermijden van eenzijdige jacht op cijfermatige prestaties (pk’s, topsnelheid, Nürburgringtijden). In plaats van bling of massa’s elektronica wil Murray “engineering art”: compacte auto’s met analoge bediening, voldoende bagageruimte en echte gebruikerswaarde zodat je ermee onder de mensen kunt rijden. Voorbeelden: de T33 (ongeveer 1.100 kg) en de T50, zijn moderne, ingetogen interpretatie van een F1-ervaring.

Technisch zoekt Murray ook eigen wegen. Voor de T50 koos hij een atmosferische, hoogtoerige Cosworth V12 van circa 12.000 tpm — omdat een V12 volgens hem essentieel is voor beleving — en een unieke ventilator+diffuser-oplossing (een idee dat teruggrijpt op zijn Brabham fan-car) die zowel extra neerwaartse druk bij remmen levert als de luchtweerstand vermindert. Die technische keuzes dienen één doel: ultieme feedback en plezier voor de bestuurder, niet alleen indrukwekkende cijfertjes op papier.

Murray hekelt de hedendaagse “hypercar”-cultus waarin fabrikanten alles ondergeschikt maken aan racetijden en power-to-weight-statistieken. Hij prijst collega-startups als Pagani en Koenigsegg voor het opbouwen van reputatie vanuit niets, maar vindt obsessies zoals die van Adrian Newey’s Valkyrie (uitsluitend circuitgerichte topsnelheid) minder sympathiek. Voor Murray is klantrelatie cruciaal: beperkte series en duidelijk verschillende varianten (bijv. 100 coupés, 100 spiders, 100 S-versies van de T33) moeten echte keuze en karakter brengen, niet cosmetische herverpakkingen.

Persoonlijk komt Murray naar voren als hands-on, charmant en compromisloos qua ontwerpideeën: hij heeft niet alleen auto’s bedacht, maar ook de fabriek en productiemethoden vormgegeven. Ondanks recente gezondheidsproblemen gaat hij door met ontwerpen en productie, gedreven door een levenslange passie voor racen en techniek en een duidelijke overtuiging dat echte sportwagens meer moeten bieden dan pure brute cijfers.