Grote steden: meer centrale pakketpunten tegen verkeerschaos
In dit artikel:
De vier grootste gemeenten — Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht — hebben samen met meerdere bezorgbedrijven een akkoord getekend om het netwerk van centrale pakketpunten en -kluizen in de steden fors uit te breiden. Doel is dat bezorgers op minder plekken voor de deur hoeven te stoppen en dat zij meerdere pakketten tegelijk bij een centraal punt kunnen achterlaten, waarmee straatparkeren en verkeershinder moeten afnemen.
Bij het convenant zijn grote spelers als PostNL en DHL betrokken, maar ook kleinere aanbieders (DPD, Budbee, VintedGo) en pakketpuntbedrijven zoals ViaTim en De Buren. Partijen spreken de intentie uit om elkaars locaties te gebruiken, maar er zijn nog geen gedetailleerde afspraken over de feitelijke uitwisseling van punten — het is voorlopig een gezamenlijke startlijn, geen bindend plan.
De gemeenten streven ernaar dat bewoners binnen ongeveer 300–500 meter een pakketpunt kunnen bereiken; het streefjaar voor die dekking is uiterlijk 2028. Mogelijke locaties zijn bijvoorbeeld bibliotheken en sportkantines, en er wordt gekeken naar aansluiting op ov-knooppunten; de NS staat open voor overleg. Het Dutch Metropolitan Innovations-ecosysteem is eveneens betrokken, waardoor op termijn zo’n veertig aangesloten gemeenten kunnen meedoen.
Logistiekexpert Walther Ploos van Amstel noemt de samenwerking logisch: met afnemende groeicijfers in pakketvolumes moeten bezorgdiensten op kosten besparen, onder meer door minder busjes en personeel in te zetten. Hij waarschuwt wel dat niet alle leveringen via centrale punten kunnen of zullen lopen — sommige klanten willen thuisbezorging en bepaalde goederen (zoals boodschappen of meubels) blijven aan huis geleverd moeten worden.