Hoe Albert (26) in 1987 in zijn korte broek de Ferrari-fabriek binnensloop en urenlang foto's kon maken
In dit artikel:
Albert Schutter, een Nederlandse petrolhead, liep begin zomer 1987 — toen hij 26 was en op vakantie aan het Gardameer — simpelweg het fabrieksterrein van Ferrari in Maranello binnen en bracht er bijna twee uur ongehinderd door. Toen een slagboom werd geopend voor werknemers die naar de lunch gingen, stapte hij met zijn analoge camera om de nek mee tussen de arbeiders. Door een zelfverzekerde houding en het ontbreken van argwaan bij het personeel kon hij ongestoord rondlopen, foto’s maken en zelfs meekijken bij de lopende band waar onder meer de Testarossa werd geproduceerd. Hoogtepunt waren tientallen stoffige F40’s die stonden te wachten op typegoedkeuring voor de verlichting; de sleutels zaten in sommige auto’s, maar Schutter durfde ze niet te starten. Met behulp van de zelfontspanner maakte hij ook foto’s van zichzelf bij de wagens.
Zijn geluk keerde pas toen hij te brutaal werd: hij vroeg een testrijder of hij mee mocht rijden. Die melding leidde ertoe dat beveiliging hem meenam naar een kleine showroom en het fotorolletje eiste. Schutter speelde onwetend, gaf aan maar één foto te hebben gemaakt en greep een kans om onder het toezicht uit te lopen — hij verliet het terrein alsnog met het volle rolletje.
Direct daarna reed hij door naar Lamborghini in Sant’Agata Bolognese, destijds kleinschalig en eigendom van Chrysler. Daar trof hij minder coulante beveiliging. Buiten stonden een Espada en twee LM002’s; op het terrein reden testritten met een nog niet onthulde Countach 25th Anniversary. Schutter maakte stiekem foto’s — eenmaal werd hij betrapt en kreeg hij dreiging met politie, de tweede keer nam hij openlijk een foto en reed vervolgens razendsnel weg in zijn Ford Sierra. Pas later besefte hij dat hij een exclusieve editie had vastgelegd.
De foto’s liet hij ontwikkelen bij een lokale fotozaak aan het Gardameer, waar ze met enthousiasme werden ontvangen. Schutter ziet dit alles als typisch voor de pre-internetperiode: in die tijd waren fabriekshekken relatief gemakkelijk te passeren en personeel verwachtte geen toeristen op de werkvloer.
Jaren later herhaalde hij zijn aanpak bij Pagani: tijdens een zakenreis in Bologna voegde hij zich bij een groep toeristen toen het hek openging en probeerde heimelijk foto’s te maken. De moderne beveiliging was al scherper, waardoor hij beperkt bleef tot plaatjes in een kleine showroom. Een definitieve kers op de taart volgde toen hij met zijn zoon toevallig oprichter Horacio Pagani ontmoette en op de foto ging — een bevestiging van zijn levenslange durf en autoliefde.
Het verhaal illustreert enerzijds de tomeloze nieuwsgierigheid van een autofan en anderzijds hoe toegankelijk de iconische Italiaanse autofabrieken ooit waren; vandaag zouden zulke acties vrijwel zeker niet meer onopgemerkt blijven.