Hoe de stationwagon het handelsmerk van Audi RS werd
In dit artikel:
Audi brengt de nieuwste RS 5-generatie weer als sedan uit, terwijl de snelle stationwagon (Avant) in het gamma nooit echt verdwenen is. De nieuwe RS 5 vervangt feitelijk de oude RS 4 en is een forse verschijning: een V6-hybride die samen goed is voor 639 pk, een leeggewicht rond 2.370 kg en – opvallend – de RS 5 Avant heeft slechts 361 liter bagageruimte achter de achterstoelen door de hybride-architectuur.
Historisch gezien zijn de Audi RS-modellen nauw verbonden met de Avant-carrosserie. Het RS-label ontstond in 1994 met de RS2, een samenwerkingsproject tussen Audi en Porsche. Porsche leverde niet alleen motor- en onderstelaanpassingen (de 2,2-liter vijfcilinder kwam op 315 pk), maar bepaalde ook deels de carrosseriekeuze: een snelle coupé zou Porsche’s eigen sportwagens te veel in de weg hebben gezeten, dus koos men bewust voor een stationwagon-vorm die Porsche zelf niet voerde. Het resultaat werd een icoon en legde de wortels van de RS-familie bij de Avant.
Latere RS-modellen lieten wisselende carrosseriekeuzes zien. De eerste RS4 (B5) volgde de Avant-traditie; een sedanversie verscheen pas met de derde generatie (B7, rond 2005), vooral gedreven door uitbreidingsplannen naar de VS waar vraag naar estates afnam. Daarna verdwenen sedans regelmatig weer uit het RS-aanbod; zo is de RS 6 sinds 2012 niet meer als sedan geleverd. De markt bleef in Europa echter trouw aan de praktische, snelle Avant.
De huidige keuze om de RS 5 opnieuw als sedan aan te bieden heeft zowel praktische als merkstrategische redenen: de A5 Coupé en Sportback zijn op de een of andere manier naar de A4-opvolger verplaatst, waardoor een klassieke sedanvariant nuttig is voor het modelprogramma. Tegelijkertijd benadrukt het verhaal dat de Avant altijd het handelsmerk van Audi’s top-compacten is geweest — een erfenis die teruggaat naar de samenwerking met Porsche en die Audi’s positie als voornaam producent van snelle stationwagons in Europa verstevigde.