Hoe Euro NCAP aan testauto's komt en wie de torenhoge rekening betaalt
In dit artikel:
Euro NCAP test al decennia de veiligheid van nieuwe auto’s in Europa, maar koopt die voertuigen meestal niet rechtstreeks van fabrikanten. Om manipulatie te voorkomen, worden testauto’s doorgaans anoniem aangeschaft bij gewone dealers, alsof het om een normale klant gaat. Pas als de wagen in het testcentrum aankomt, weet de fabrikant welk exemplaar aan de crashtests wordt onderworpen.
Het instituut gebruikt ook een tweede route: autoclubs, overheden en ministeries die bij Euro NCAP zijn aangesloten, kunnen zelf modellen selecteren en de kosten betalen. Daarnaast laten autofabrikanten soms zélf een test uitvoeren en financieren ze die volledig, vaak omdat ze een hoge score willen gebruiken in hun reclame. Ook in dat geval houdt Euro NCAP de inkoop van de auto’s volledig onafhankelijk.
Als een model nog niet vrij bij dealers te koop is, sturen inspecteurs onaangekondigd naar fabrieken of distributiecentra om willekeurig auto’s uit de eerste productiebatch te kiezen. Voor een volledige beoordeling gaan meestal drie tot vier nieuwe exemplaren verloren, omdat er meerdere zware proeven nodig zijn, zoals frontale botsingen, zijwaartse impact, paaltests en controles van voetgangersveiligheid en noodremsystemen.
De tests zijn kostbaar door de combinatie van dure auto’s, geavanceerde crashpoppen met sensoren en highspeed-analyse. Na afloop blijven zwaar gehavende wrakken over, die worden onderzocht en daarna niet meer terug de weg op mogen. Ze gaan naar recyclingbedrijven, terwijl de metalen onderdelen worden hergebruikt.
De Oranjezomer: Victor Vlam: 'Het zou te gek voor woorden zijn als dat geluid niet meer te horen is bij de NPO'