Hoe Ferrari in Austin profiteerde van late Toyota-pech
In dit artikel:
Ferrari heeft zondag in Austin de zesuursrace Lone Star Le Mans van het World Endurance Championship gewonnen. Miguel Molina, Nicklas Nielsen en Antonio Fuoco bezorgden de #50 Ferrari de eerste Hypercar-zege van het seizoen, maar de overwinning kwam pas in de slotfase tot stand dankzij problemen bij Toyota. De race op het Circuit of the Americas werd beïnvloed door twee safetycars, drie Full Course Yellows, temperaturen boven 40 graden en een korte regenbui.
Toyota leek lange tijd op weg naar de overwinning. De #7 GR010 HYBRID LMH, bestuurd door Nyck de Vries, Mike Conway en Kamui Kobayashi, reed sterk en stond met nog elf minuten te gaan aan de leiding. De Vries, een van de uitblinkers van de wedstrijd, kreeg echter een hydraulisch probleem. Daardoor verloor de Toyota eerst de controle in Turn 11 en moest hij vervolgens de pits in, waarna de auto definitief uitviel. Nielsen was kort daarvoor opgeklommen naar de tweede plaats, op minder dan vijf seconden van Toyota, en profiteerde direct van de uitval.
De winnende Ferrari had eerder zelf geen vlekkeloze race gereden. De auto startte als vijfde en werd in het tweede uur op een afwijkende brandstofstrategie gezet, maar die keuze leverde weinig op. De vele neutralisaties maakten het mogelijk om met minder stops te rijden. Ferrari’s andere auto, de #51 van Antonio Giovinazzi, James Calado en Alessandro Pier Guidi, domineerde de openingsfase vanaf poleposition. Giovinazzi bouwde een voorsprong van meer dan twintig seconden op, maar verloor veel tijd doordat de auto na de eerste pitstop niet opnieuw wilde starten. Ferrari schreef dat toe aan een fout van Giovinazzi bij het binnenrijden van de pitlane.
Daarna kwam de #51 niet meer terug in de strijd om de overwinning. De auto verloor balans en Ferrari koos onder meer voor harde banden, terwijl de meeste concurrenten op mediums reden. Een extra pitstop bracht de auto evenmin vooruit; de Ferrari eindigde als elfde. Ferrari betwijfelde bovendien of de #51 de Toyota zonder problemen had kunnen verslaan. Toyota was daar stelliger over en meende dat het de race zou hebben gewonnen, omdat de eerste safetycar de voorsprong van Ferrari toch zou hebben weggevaagd.
Alpine eindigde als derde en vijfde en liet zien dat het tempo had om Toyota uit te dagen. De #35 Alpine reed in de slotfase op de tweede plaats, maar verloor terrein nadat Charles Milesi door een stuk rubber onder de auto wijd werd geduwd en in verkeer terechtkwam. Bovendien kreeg Alpine na afloop vijf seconden straf voor een onveilige pitstop, waardoor de auto van de tweede naar de derde plaats zakte. De andere Alpine verspeelde zijn kansen door vlak voor een Virtual Safety Car te stoppen en daardoor veel tijd te verliezen.
Jota Cadillac eindigde dankzij de problemen van Toyota en de straf voor Alpine als tweede. De #38 van Jack Aitken, Sébastien Bourdais en Earl Bamber had echter ook zicht op de overwinning. Het team koos er bij de eerste Virtual Safety Car voor geen nieuwe banden te monteren, maar verloor later veel plaatsen toen vier banden nodig waren. Zonder de pech van Toyota en de Alpine-straf zou Jota naast het podium zijn geëindigd.
Toyota’s #8-auto kwam slechts als zesde binnen en kreeg acht punten. Een drive-throughstraf wegens te hoge snelheid in de pitlane en een mislukte alternatieve strategie kostten Sébastien Buemi, Brendon Hartley en Ryo Hirakawa een beter resultaat. Toch vergrootte Toyota zijn voorsprong in het constructeurskampioenschap, omdat BMW niet verder kwam dan de achtste plaats. Toyota-teambaas David Floury benadrukte echter dat het team niet tevreden kon zijn: voor de titelstrijd zijn volgens hem constante punten en foutloze races noodzakelijk.
Vandaag Inside: 'Ajax-trainer Míchel Sánchez kun je nu al bijna afschrijven!'